De Alpen deel 4


Van Larche naar Nice - Van 17 juni, 2009 tot en met 26 juni, 2009.


Dinsdag, 16 juni, 2009

We hebben onze nieuwe hond, Coco, een Schotse collie, naar de familie Feigly gebracht. Ze is nu 8 maanden. Zij wordt ons nieuwe wandelmaatje.(Wij wonen aan het Lac de Serre Ponçon, om de hoek bij de Queyras).



's Middags zijn we naar Larche gereden.

Leuk om onze sympathieke campbaas van camping Les Marmottes weer terug te zien. We staan er nu voor de derde keer. Eén keer geeindigd met de GR 5, één keer met de motor toen wij Route des Grandes Alpes deden.

Hij waarschuwt ons dat er nog heel veel sneeuw boven in de bergen ligt. Zelf had hij deze winter 7 meter !!! sneeuw op zijn camping (ligt op 1600 m). Hoezo opwarming van de aarde.? En dat in de Zuid Alpen! Zoiets weet je gewoon niet in Nederland. De laatste sneeuw is pas een week geleden van de camping verdwenen. Hij adviseert ons morgen zo vroeg mogelijk te vertrekken. Na 12.00 uur wordt de sneeuw zacht door de zon en dan zak je er te ver door heen. Dan wordt het moeilijk. 

Wij kunnen uiteraard onze auto in “garage mort” parkeren achter het restaurant tussen twee oude caravans.


Woensdag, 17 juni, 2009 Larche - les lacs d'Agnell bivak

Héél vroeg opstaan. Om 6.15 uur lopen we de camping af.Het is zwaar bewolkt. Ik heb de hele nacht wakker gelegen over deze etappe van vandaag. Als ik het maar kan, als ik het maar haal. We hebben dit jaar nog geen meter geoefend vanwege het jonge hondje. Die mag in het begin maar een klein stukje lopen. 
En op 6 januari in het ziekenhuis liggen na ernstige hartritme storingen, is ook niet zo best.

Het eerste stuk naar Pont Rouge schiet lekker op. Het gaat over een asfalt weggetje, vals plat, maar goed te lopen. Overal stroomt water. Overal liggen nog restanten sneeuw. Bij de parkeerplaats gaan we op een grote steen ontbijten. Hartkeks, jam, appel en vruchtensap. Een stel oudere Fransen gaan ons voorbij. Ze hadden een pet op van de GR 20 van Corsica. Dat is geen kattepis. Het zullen wel goeie lopers zijn. Ze hebben lichte rugzakjes op en gaan uitsluitend via gîtes en refuges.

Wij gaan verder door een fraaie vallon van de Lauzanier, naast een riviertje. Langzaam, maar geleidelijk stijgen we. Het valt ons zwaar. Ongetrained en mijn hartritme krijg ik niet onder controle. Lastig. Om 10.15 uur komen we bij het Lac du Lauzanier.

Het is hier prachtig. Nèt zo mooi als Lac d'Anterne vóór Chamonix. Overal liggen grote plakken sneeuw en dat weerspiegelt dan weer in het water. Een serene omgeving. Het is alleen jammer dat het al een half uurtje zachtjes regent. Met een blauwe lucht is het hier vast nóg mooier. Niets aan te doen. Na een kwartiertje is het weer droog, gelukkig. Wel hangt er een pikzwarte lucht. Het zal toch niet de hele dag zeikweer worden? Ze hadden zo mooi weer voorspeld. Vanaf nu lopen we in de sneeuw.

Soms is het pad moeilijk te vinden. Bij het volgende meertje achter het kruis op 2428 m zak ik in elkaar. Nee toch, niet weer mijn hart op tilt? Jawel hoor. Hartritmestoringen! Het is weer helemaal mis. Ik liep ook al zo langzaam sinds het Lac du Lauzanier. Geen energie.

Ik zit een half uur als een zombie in de sneeuw. Ik kan nog geen flesje water vasthouden. Geen kracht. Ik neem een hartpilletje voor noodgevallen. Drinken. Vier Franse passanten geven goedbedoelde adviezen. Ik heb de kracht niet om te reageren. Na een tijdje gaat het weer een beetje. Twee stappen lopen – rusten, twee stappen lopen – rusten. Het schiet niet echt op. We moeten een 60 % schuine sneeuwhelling traverseren voor een kilometer of wat. Als je gaat glijden, lig je 300 m lager in een ijskoud meertje met sneeuw en ijs, daar kom je levend nooit uit. Ik durf niet.

Ik doe mijn rugzak af en loop Koos achterna, die zich een weg in de sneeuw schopt. Ik probeer in zijn voetstappen te stappen. Het gaat langzaam. Stapje voor stapje. Doodeng. Hoogtevrees en geen energie. Als ik maar niet val. Het is al 12.00 uur geweest.

Het is inmiddels prachtig weer met een staalblauwe lucht. En de sneeuw is zacht. We waren gewaarschuwd. Soms zit je er kniediep in, of je glijdt uit. Halfweg is een platter stukje, waar ik even kan rusten. Koos doet zijn zak af en gaat terug om mijn rugzak op te halen. Ook hij is moe. Terecht. Het tweede stuk gaat over een iets minder steile hellingen. Nu draag ik mijn eigen rugzak weer. Uiteindelijk komen we pas om 15.15 uur op de pas aan van Pas de Cavale. 

Op Pas de Cavale hadden we dus rond de middag al moeten zijn. Vanaf 10.00 uur ruim 5 uur door de sneeuw gezwoegd zonder echt op te schieten. Ik heb ook totaal geen energie na die hartritmestoringen. Het is heel zwaar voor mij, heel eng en heel moeilijk. En voor Koos is het uiterst vervelend. Maar hij is geduldig. Mensen die dit gaan lopen in een andere tijd zonder sneeuw en zonder handicaps, zullen hier vast wel fluitend door de alpenwei lopen, maar ja we zitten nu eenmaal met andere omstandigheden. Ik heb geen fut en ik ben ontzettend moe. Maar ik kan hier niet blijven. We eten onze lunch met hartkeks, ham en kaas en dan moet ik naar beneden. Hier kan geen ziekenauto en geen helikopter komen. We hebben niet eens bereik met de mobile telefoon.


Zo, nu de afdaling. Die is eng!!!! Heel steil, heel smal, rollende keien, sneeuwplakken en een heel diep gat. Ik durf niet, maar ik MOET. Als mijn beenspieren het maar houden! Wat is hoogtevrees toch lastig. Deze afdaling is nog enger als van Col de Girardin. Zó griezelig. Eén misstap en ik val hartstikke dood. Heel voorzichtig gaan we naar beneden. Koos helpt me waar hij kan en wacht steeds op me. Hij is zó lief. Om 16.30 uur lopen we weer op een normaal bergpad. Bousiéyas halen we nooit meer, maar die refuge was zowiezo niet zo aantrekkelijk, hebben we ooit met de motor gezien. We besluiten om wild te gaan kamperen bij de Lacs d'Agnel.

Mooie, ronde pingogaten en heel diep. Niet in elk gat staat water. Er liggen grote sneeuwvelden rondom. We zoeken een dalletje, waar de sneeuw nèt weg is. Gletsjerranonkels staan in de plaats.

We genieten van de zon en de rust en het zeer fraaie uitzicht van de bergen met sneeuwvelden. We staan op 2343 m tussen de sneeuw. Zo hoog en zo fris hebben we nog nooit gekampeerd.


Donderdag, 18 juni, 2009  - bivak Lacs d'Agnell - St. Dalmas le Selvage

We hebben een prachtige ochtend. Een vos schuiert de marmottenholen af op zoek naar jongen. Wat een mooi stekje hebben we toch. Echt schitterend. We hebben lekker geslapen in onze donzen slaapzakken,buitensportondergoed en fleecetrui, maar wassen in het meertje is wel erg fris vanochtend. Daar wordt je lekker wakker van.

We gaan om 7.30 uur op pad. Hup, meteen weer over een sneeuwveld. Eerst gaan we helemaal naar beneden naar 2000 m over een landschap met bulten, dan steken we de rivier over - Salsa Moreno - en dan weer omhoog naar Col des Fourches op 2262 m.

Col de Fourches


Wat staan hier  lelijke bunkers. Met de rug er naar toe gaan we lekker in de zon ontbijten met hartkeks. Dan moeten we weer een heel stuk afdalen. Diverse malen kruisen we de weg naar Col de la Bonnette, de hoogste col van Europa, die per auto bereikbaar is ( 2802 m) en 15 % helling. Je kan je auto daar op een randje parkeren en dan lopen naar Cime de la Bonnette tot 2990 m. Er zijn veel Duitse motorrijders op pad. Het lijkt wel een epidemie.

In Bousièyas rusten we uit op het bankje voor de refuge. We tappen drinkwater bij de bron. De refuge is gesloten en alleen 's middags open. Het bestaat uit één hok met 2 stapelbedden voor 16 personen, 1 kraan + bak, 1 douche en 1 wc – twee voetstappen en een gat. Toilette turque, noemen de Fransen dat.

Ik ben daar maar even naar de toilet geweest. Dat is beter dan in de natuur.
De refuge Bousièyas is in 2014 geheel vernieuwd en het is nu een beter adres


We dalen af naar een boshelling en moeten dan weer stijgen over een breed pad met een aangenaam hellingspercentage. Daarna moeten we een rivier oversteken. In de zomer een prutsstroompje vermoedelijk, nu een redelijk wild stromende rivier van ongeveer 50 cm diep. Er staat behoorlijk druk op. We doen de bergschoenen en de sokken uit en de Teva's aan en waden er door. Net gesmolten sneeuw en dus goed koud. Teva's weer uit, sokken en schoenen weer aan, je bent zo een kwartier verder.

We picknicken in het bos en komen twee mannen tegen van rond de dertig, die al twee dagen op suikerklontjes lopen, omdat ze nergens iets te eten kunnen vinden. Onbegrijpelijk dat je niet beter voorbereid op pad gaat. Je neemt toch noodvoer mee!!

Wij delen onze lunch niet, want wij weten ook niet wanneer we een winkel zullen tegenkomen. We moeten verder omhoog. Op naar Col de la Colombière op 2237 m.
We moeten weer veel sneeuwvelden oversteken, maar ze zijn dit keer niet moeilijk. Het is wel ongeveer een kilometer sneeuw, maar de weg is vals plat. Op de col, vol sneeuw kunnen we eerst de markeringen niet vinden. Rechtuit, of hier naar beneden, waar vage markeringen staan. Het boekje is niet duidelijk, het kaartje niet, het kompas niet. De strepen zullen wel ergens onder anderhalve meter sneeuw zitten.

We besluiten het pad rechts naar beneden te nemen. (Hadden we dat maar niet gedaan).

Volgens het boekje zijn we in anderhalf uur in St. Dalmas le Selvage. Mooi niet. We zwoegen drie en een half uur over een doodeng smal balconpad vol overhangende doornstruiken en zeer diepe afgronden. Koos heeft me diverse keren moeten helpen over verschrikkelijke stukken met gevaar voor eigen leven. Drie en een half uur stress heb ik gehad. Is de GR 5 leuk? Nee, hier zeker niet. Ik ben helemaal op van de zenuwen en de angsten.

Later horen we dat we een oud pad hebben genomen, de laatste jaren werd het niet meer gebruikt en bijgehouden. Hier en daar was het ook vervallen. Tja, dat hebben wij weer. Ik kan echt niet meer verder. Ik ben helemaal stuk. Koos vraagt in de gîte in St. Dalmas of ze nog twee bedden vrij hebben. Jawel in de kelder, tussen een trits Duitse motorrijders. Ik zit buiten de huilen op het terras. Ik ben zo moe. Ik wil niet tussen die Duitse motorrijders liggen. Ik wil graag slapen vannacht.
Koos gaat praten met de beheerster en ze heeft nog een klein kamertje met een stapelbed voor ons. Perfekt. Ik ben helemaal blij. We gaan douchen en kunnen ook mee eten gelukkig, want een restaurant en een winkeltje zijn alleen open in juli en augustus. Het onweert buiten. Wij zitten lekker binnen.

Het eten is matig, een dikke karbonade en droge pasta, maar beter als niets. Nog gezellig gebabbeld met vier Fransen.


Vrijdag, 19 juni, 2009 - St. Dalmas le Selvage - St. Etienne de Tinée

We doen een lam dagje vandaag. We vertrekken pas om 8.30 uur. Gezellig ontbeten met de vier Fransen. De waardin van de gîte kent de omgeving heel goed. Ze loopt zelf ook veel. Van St. Dalmas tot Fouillouse doet ze dat in één keer in de herfst.!!! In de winter gaat ze op ski's naar familie in de Vanoise. Dat doen wij haar niet na.

We vertrekken naar Col d'Anelle, 240 m hoger over een boerenpad in het bos. Het is weer prachtig weer en 30 graden. Makkie, zou je zeggen. Niet dus.

Steeds weer mijn hart dat te snel gaat. Ik krijg het maar niet onder controle. Ik ga heel langzaam omhoog. Even rusten. Verdorie, word ik toch weer ziek. Overgeven en dreiging tot flauwvallen. Het ziet er echt slecht uit. Koos is heel lief en bezorgd. Hij is vast bang dat ik hier van de wereld ga. Ik neem maar weer een pilletje voor noodgevallen voor mijn hart. Na een ruim half uur gaat het al weer beter. Gelukkig, ik ben er nog. 

Rugzak weer op en maar weer verder. We zijn al bijna boven. Ergens staat een motorrijder met een tentje in het veld in de zon. Hij ritst nèt zijn tent open. Die slaapt lang .We zwaaien in de verte. Na de col, moeten we nog een stukje verder omhoog en dan 600 m steil naar beneden.

Hè bah, wéér een balconpad, maar deze is iets breder en redelijk te doen voor iemand met hoogtevrees. Het is wel erg steil van tijd tot tijd. Om half één komen we aan bij St.Etienne de Tinée. We kennen het van de motortocht door de Alpen Maritiem.

Het is een leuk dorp. Volgens de verhalen op internet van Flokstra uit Enschede kan je heel lekker eten in hotel Les Amis.


richtingswijzer















Dat slaan we niet over. En een halve dag rust is ook nooit weg met zo'n snert hart als spelbreker. Even zoeken.

Hotel les Amis ligt wat achteraf van het pleintje. Ze hebben ook een prima kamer met drie bedden, een balcon en een douche. De toilet zit verder op de gang. 

Om 13.00 uur kunnen we mee eten. Geweldig. Wat een bofkonten zijn we! Echt goed en echt Frans. Mensen die de Franse taal een beetje machtig zijn moeten hier beslist stoppen en gaan eten. Het is de aanbeveling meer dan waard.

We kregen gebraden eend!! Zielig van de eend, maar verrukkulluk klaargemaakt. Voorafje, toetje, koffie. Alles super goed voor 14.00 euro. Daarna wat kleding gewassen en aan mijn draai-elastiek op het balcon te drogen gehangen. Dan even rust. Koos slaapt als een os. Ik niet helaas.

Buiten zijn ze met een kogel een oud gebouw aan het afbreken en onder ons balcon draait de betonmolen. Dagboek schrijven is ook een optie. Als Koos weer wakker wordt gaan we even het dorp verkennen. Ze hebben een winkeltje op het pleintje. We willen graag een biertje ergens op het terras, maar alles is dicht en het begint te onweren. Gauw terug naar het hotel, de was van het balcon halen. Even later met de regenjassen aan maar weer op pad.

Na een kwartiertje schijnt de zon weer. Het is een aardig dorpje, St. Etienne de Tinée, we verkennen ook even de route voor morgen vroeg. We kopen een brood, dan hebben we morgen een variant voor hartkeks. We kijken bij de VVV naar de weersvoorspelling. Helaas, dat ziet er niet best uit. Morgenmiddag weer onweer en de dagen erna veel regen met harde wind, 12 graden en sneeuw op 2300 m. Wel ja, toe maar. Maar we moeten omhoog naar de Petit Mounier  en ook nog ergens wild kamperen.

We zien wel, we zijn gewaarschuwd, niet hoog gaan staan, maar het lager zoeken. We moeten maar vroeg beginnen morgen.

Ik hang mijn was aan het elastiek tussen twee eiken stoelen op de kamer. Ik wil een stoel wat verder zetten om de was niet op de grond te laten hangen en shit er klapt een stoel om, precies op mijn rechter kleine teentje. Het doet zo'n pijn.

Gebroken teen, ook dat nog. Wat een handicaps heb ik toch. Ach, de GR 5 loop je grotendeels op karakter, dus gewoon doorgaan.


Zaterdag, 20 juni, 2009 - St. Etienne de Tinée - Roya

Na de lekkere koffie van Hotel les Amis, gaan we om 7.30 uur lopen. Het weer ziet er goed uit, blauwe lucht en lekker fris, ongeveer 18 graden denk ik. We krijgen een supersteil pad omhoog naar Auron. Halfweg de helling gaan we ontbijten. Dit keer niet met hartkeks, maar met de pain complet, dat we gisteren gekocht hadden.

We gaan weer verder omhoog. Het is wel een fraaie wandeling maar knettersteil.
We zigzaggen veel, er komt geen eind aan. Om hoog lopen gaat redelijk met mijn gebroken teentje, maar dalen is een ramp. Gewoon doorlopen en doorbijten. In het ski-oord Auron is alles zo dood als een pier. Ergens zijn ze echter nèt een terras aan het inrichten en wij zijn meteen de eerste klant van het seizoen. Ze hebben superlekkere koffie, een toilet en water voor onze flessen, wat wil je nog meer?
Vervolgens krijgen we een zeer fraai bospad naar Col du Blainon. We zijn om 13.30 uur op de col. Maar weer meteen afdalen want het wordt aan alle kanten pikzwart om ons heen. We krijgen een zeer fraaie afdaling over fraaie hellingen vol alpenbloemen. Echt alle kleuren geel,lila, paars en wit tussen vers groen. Echt schitterend. In het boekje staat dat je in een uur afdaalt over 500m naar beneden, maar wij doen daar een uur en drie kwartier over. Oei, wat doet dat teentje pijn en de andere tenen ook, trouwens. Nog een wonder dat ik vandaag zo meteen kon lopen. Naar omlaag is wel au, au, au.

Op het laatst begint het te regenen, maar we zijn niet zo erg nat als we in de gîte van Roya aankomen. Het wordt ook koud en het waait hard, maar het wordt ook weer droog. De gîte van Roya is enkele jaren geleden afgebrand. Tijdelijk heeft er een grote tent gestaan. Sinds kort is het schooltje van Roya verbouwd tot gîte. Heel goed gedaan.

Er zit een enthousiaste beheerder op die heel goed kan koken. Toen wij aankwamen was hij druk in de weer met tourtons, een soort grove ravioli, een echte bergspecialiteit van de streek. Wij houden er niet zo van, aardappel in bladerdeeg en dan in olie gebakken. Een bietje dreug. ..Maar gelukkig krijgen we die niet te eten. Later bleek dat ze voor de markt bestemd waren van morgen in St Etienne de Tinée. Daar is dan de grote happening van de trancehumance. Een bijverdienste van de huttenwaard.


Bij de transhumance laten ze duizenden schapen los op weg naar de hoge bergen met bordercollies en patous. Dan worden alle alpenweides kaalgevreten en zie je geen bloem meer. De transhumance is een folkloristische happening voor de boeren en de toeristen, samen met een jaarmarkt, streekprodukten en oude ambachten. Een groot feest in het bergdorp met veel sociale contacten, die ze de rest van het jaar zo missen.

Daarna verdwijnt de schaapsherder voor vier maanden in de bergen met zijn kudde = troupeau. Pas laat in de herfst komen ze weer naar beneden.
We slapen met nog een Nederlands stel op de kamer. Els en Joris uit Brabant. Gezellig. We hadden ze al zien lopen in St. Etienne, maar we wisten niet dat ze GR 5 lopers waren.


Zondag, 21 juni, 2009 - Roya - bivak naast rivier le Démant

Ik heb heel erg slecht geslapen. Het heeft vannacht verschrikkelijk gespookt. Felle onweersbuien met enorme knallen. Hoe moeten we nu die hele hoge bergen over met zo'n weer? Als we dagtochten doen, gaan we nooit met dit weer naar boven. Ik haat onweer hoog in de bergen. Ik durf niet, ik durf niet. Om 6 uur gaat de wekker. Ik fluister naar Koos dat ik niet ga. Ik ben bang. Er hangen zware wolken, maar het is droog. En koud. Het heeft gesneeuwd. De wereld heeft een dun laagje wit. Koos vindt dat ik me gewoon moet aankleden en we zien straks wel verder. Ook gewoon de rugzak inpakken. Punt uit.

Om 7 uur is het ontbijt, maar ik kom met lood in de slippers aan. Het weerbericht is mitigieux, d.w.z. het kan vriezen en het kan dooien. Ja, dat zie ik buiten ook wel.
De huttenwaard heeft een goede oplossing: Na twee uur lopen staat een hut. Daar kan je wel je tent opzetten op beschut terrein. Is het weer nòg slechter, dan keer je weer om, hij heeft nog plaats voor vannacht. Oké, we gaan op pad om 7.30 uur. Iedereen is al weg. Wij zijn de laatsten. Het is vandaag de langste dag en dat wordt goed gevierd in St. Etienne. In Roya staan slechts zes boerderijen en een kerkje plus de gîte, dus hier is nu niet bepaald een feestterrein. De waard gaat vandaag zijn tourtons uitventen. Vanavond weer koken voor de volgende gasten. Hard werken in de zomermaanden voor deze lui. In de winter zijn ze vast skileraar, want ze kennen de bergen op hun duimpje.

Ik ben op van de zenuwen. Met slecht weer hoog in de bergen, dat is geen pretje.
Maar de lucht breekt een beetje. Het ziet er niet verkeerd uit. God zegene de greep dan maar. We lopen langzaam omhoog in het bos. Als we het bos uitkomen en op de alpenweiden lopen, kunnen we de brug niet over. Het houten bruggetje is weggeslagen door het noodweer van gisteren? 
Of was het al langer zo? Hoe komen we de rivier nu over? Hij gaat nogal te keer. 

Terwijl we wat heen en weer pionieren langs de kant, komt er een rescue helikopter aan en landt aan de overkant. Komen ze ons overzetten? Nee, hoger op de berg halen ze een man op. Hersenschudding? Gevallen? Hij is helemaal nat en loopt als een zombie tussen twee andere mannen, die hem ondersteunen..

Ondertussen doen wij de bergschoenen uit en de Teva's aan en lopen meer dan kniediep door een behoorlijk wilde rivier, van ongeveer 5 m breed met spekgladde stenen. Aan de andere kant de boel weer afdrogen en de sokken en schoenen weer aan. Duurt gauw een half uurtje, dat pootje baden, onvrijwillig in ijskoud water. Ondertussen vliegt de helikopter met het slachtoffer weer weg. 

Wij kruipen verder omhoog en af en toe schijnt de zon. Dat is heel fijn, want het is behoorlijk koud. Als we bij de vervallen hut aankomen, besluiten we verder te gaan. Wij vinden de plaats niet geschikt. Elke keer zoeken we een plaatsje voor de tent "voor het geval dat". Daar wordt ik wel rustig van. In noodgevallen is er een oplossing. We kruipen langzaam verder omhoog. Het wordt 1100 m stijgen vandaag. We moeten nog drie keer een riviertje oversteken, maar deze zijn niet zo diep. Het is wel heel moeilijk over die gladde keien, als je je schoenen droog wilt houden. Je kan niet de hele tijd wisselen met Teva's.

Overal komt flink water naar beneden. Overal ligt ook nog flink sneeuw. We gaan nu een steile zigzag helling op en dan komen we uit bij een moeras, waar de sneeuw nèt weg is. We eten naast een plak sneeuw onze middagboterhammen van de gîte.Er komt een vent alleen aan, met ook een grote rugzak. Hij is  in Modane begonnen en doet deze wandeling nu voor de derde keer. Hij had de andere twee keer regen en mist. Dat klinkt hoopvol, maar niet heus. Hebben wij het tot nu toe beter getroffen. Hij is ook zo weer weg. Wij kijken hoe hij de sneeuw in gaat en besluiten hem maar na te doen en zijn spoor te volgen. Van markeringen of een pad is hier geen sprake. Het is gewoon overal wit.

De zon schijnt volop. Met mist verdwaal je hier. We moeten behoorlijk veel sneeuwvelden over. Enkele kilometers. De sneeuw is hier gelukkig harder, als op Pas de Cavale en het is platter, niet tegen een helling aan, meer in een kom.

Om 14.00 uur zijn we op Col de la Crousette op 2480 m. Dit is weer zo'n col waar je overheen kukelt. Smal en een diep gat er naast. Maar we zijn er nog niet. We moeten naast dat diepe gat een stèle op, een geitepad zo'n honderd meter verder omhoog. Doodeng, steil en smal. Daar ga ik weer met mijn hoogtevrees. Ik concentreer me maar weer op Koos' zijn hielen en het pad en kijk niet rond. Shit, ook nog een sneeuwveld op het pad met een helling van 60 graden. Het gat ernaast is zeker 500 m kale helling naar beneden. We moeten aan de bovenkant over de sneeuwhelling klimmen over losse stenen en modder. Dit is weer linke soep en ik sta stijf van angst. Maar we moeten verder. Hoera, we redden het, heel en wel. Om 15.00 uur zijn we op de stèle van de Mont Mounier (2587 m) en beginnen we aan de afdaling. We boffen nog steeds met het weer. We lopen over een hoge, brede crête in een kaal maanlandschap. Ontzettend kaal. Wat zal het hier 's zomers heet zijn. Wij hebben 12 graden en een koude wind.

We beginnen op ons gemak aan de lange afdaling. De Vacherie de Roure halen we toch niet en beneden zoeken we wel een wild kampeerplekje. Om 17.30 uur staan we bij de rivier de Démant  op 1950 m. Een paradijselijk plekje en we besluiten hier te blijven. We zijn moe. Aan de overkant staat onze eenzame wandelaar uit Modane. Na drie keer wist hij zeker ook wel dat dit het mooiste plekje is. We zwaaien naar elkaar. De mélèzes en de rivier er tussen geeft ons ieder wat privacy. Tent opzetten, koken en afwassen. Bij de koffie begint het te regenen en het wordt koud.

Als we in de tent zitten begint het te onweren. Wat hebben wij geluk gehad!
En hoera we zijn Col de la Crousette over met goed weer. Nog een keer hoera, want mijn hart ging niet op tilt vandaag.


Maandag 22 juni, 2009 - Bivak le Démant - St. Sauveur sur Tinée

We hebben een koude, maar mooie ochtend. Wèl ochtend rood, water in de sloot. We zien wel. Lekker koud wassen in de rivier. Onze buurman is allang weg om 6 uur. Als alles opgepakt is, moeten we nog met de Teva's door de rivier met de schoenen hoog opgeknoopt aan de rugzak. Dat voordeel had de buurman, die was al aan de andere kant.

Uiteindelijk lopen we om 7.30 uur. We lopen heerlijk in de zon door hoog gras en weiden vol bloemen. Nu is de GR 5 weer leuk. Hier doe je het voor. Geweldig. Wat is het leven toch mooi. Dit is fijn lopen.

We moeten nog twee keer een riviertje over, maar dat kan net met de schoenen aan. Verdorie, nu gaan we weer omhoog. We lopen helemaal om het gehucht Vignols heen. Overal staan bordjes verboden te kamperen. Ze hebben hier zeker een hekel aan GR 5 lopers. We moeten nog verder omhoog. Het wordt weer een balconweg met een diep gat. Vallon de Gourgette. Brr, wat een diep ravijn naast ons. (Op de GR 52 A merken we dat hier de hele helling naar beneden is gegleden - zeer instabiel hier dus -)

Ineens zien we een gemene, verijste plak sneeuw voor ons van ongeveer 30 m breed op een hellingshoek van 70 graden. Wat nu? Aan de overkant staat een man driftig te gebaren. We horen hem niet. Lawaai van een waterval die achter de man stroomt. Hoe moeten we nu verder? Bovenover is onmogelijk. Veel te hoog, veel te steil.Er onder langs? Dan moet ik rechtstandig 4 m naar beneden op een richel bij  de waterval boven de diepe spelonk. Dat is ook geen optie. De sneeuw is geheel verijst. Een weg schoppen is niet mogelijk. Toch zien we een vaag spoor van de vorige dag. 

Koos besluit het spoor te volgen. Ik doe mijn rugzak af en moet hem direkt volgen. Ik ben nog nooit in mijn leven zo bang geweest als nu. Op het ijs heb je geen grip. Had ik maar crampons (= stijgijzers). Maar die heb ik niet. Min of meer op mijn tenen volg ik Koos met knikkende knieën. Meer houvast heb ik niet. Als ik hier ga glijden, ga ik geheid tussen 4 plankjes de wereld af. Ik sta stijf van de adrealine. Als één brok zenuwen kom ik er overheen.... Ik leef nog.

Nu verstaan we de man aan de andere kant. We staan gedrieën op 50 cm naast de sneeuw. Hij is zo verschrikkelijk bang, omdat het ijsveld hol is want er stroomt flink water onderdoor en het kan zo in de diepte storten. Oh, dat wisten wij niet. Dat kon je vanaf onze kant niet zien. Maar de man zag dat wij er heel over kwamen, dus hij gaat er direkt  over naar de andere kant.
Nu moet Koos nog weer terug om mijn rugzak te halen. Ook dàt redt hij. Drie keer over dat enge sneeuwveld en hij is nog niet overleden.
Ik ben zo blij dat we nog heel zijn. 

Ja, vanwege deze, zeer gevaarlijke situaties zou ik iedereen willen aanraden, ga in hemelsnaam 14 dagen later. want de sneeuw maakt sommige passages echt heel moeilijk en heel gevaarlijk.
Zonder sneeuw is deze passage vast niet zo moeilijk. Tjonge, jonge wat was dit eng. Het aller engst en het allermoeilijkst van de hele GR 5.

Mijn hart ging gelukkig niet te keer en deed normaal. Maar goed ook. Nu moeten we nog 3 meter naar beneden, de waterval oversteken. Er komt een grote scherpe kei los, recht op mijn scheenbeen. Gelukkig, niets gebroken, alleen een lelijke wond. Och, dat kan er ook nog wel bij. Het is toch niets vergeleken met wat we net gedaan hebben. We lopen verder omhoog en gaan bij Porte de Longon op de alpenweide ontbijten met hartkeks en jam.

Ik tril helemaal van de spanning, zo kan ik niet verder lopen. Ik moet me eerst even ontspannen. Ik behandel de beenwond met pleisterspray tegen de vliegen. Ineens zien we vier steenbokken grazen op de berg tegenover ons. Dat maakt weer veel goed. Later zien we nog een gems en heel veel alpenmarmotten.

We lopen door een prachtige grote alpenwei vol bloemen en vlinders. De wei ligt in een kom. En we zien wilde tulpen!! Nog nooit eerder gezien.Kleine gele tulpen met een oranje randje. Het staat er vol mee. Prachtig.

Ik raak alle stress weer kwijt. Om 10.00 uur komen we bij gîte de Longon aan. Ook wel Vacherie du Roure genaamd. 

We zitten buiten op de picknickbank en drinken een grand café. De zon schijnt wel, maar het is frisjes.De boerin vertelt dat ze pas een week open is, omdat de refuge helemaal onder de sneeuw lag. Ze kon aanvankelijk de refuge helemaal niet terugvinden! Ze vertelt ook dat ze het dorp Roure al gewaarschuwd had om die gevaarlijke passage bij Porte de Longon af te sluiten met een omleiding. Maar dat hadden ze dus nog niet gedaan. Ze vond het een wonder dat we er overheen waren gekomen. Alles wat ze aan eten en drinken in de refuge verkoopt, komt haar man haar dagelijks brengen in een grote rugzak. Wat een manier om je geld te verdienen! Toch een hard leven in die bergen. De gîte is trouwens redelijk primitief. Echt een koeiehok.

We krijgen nog een partijtje mooie alpenweide en dan ineens een knettersteile afdaling. Niet eng, heel fraai zelfs, maar wel steil. Daarna volgt nog een smalle, enge balconweg. Je ontkomt niet aan die krengen in de Zuid Alpen.

Het wordt wat platter bij Rougois. Een gehucht met boerderijen, waar de boer woont van die boerin boven in de refuge. Hij heeft elke dag wel een moeilijke weg te lopen met een volle rugzak. We gaan picknicken temidden van de koeien. Daarna gaan we over een brede halfverharde bosweg naar beneden. Nèt voor Roure wordt het weer een balconpad. Ik baal ervan en ik volg liever de weg tot het arboretum. Dan ga ik samen met Koos verder over het balconpad naar beneden naar Roure.

Roure is een klein pittoresk dorpje, echt tegen de wand  aangeplakt. We willen wel een terrasje, maar we kunnen er geen vinden. Helaas, dan maar weer verder naar beneden. We zien St. Sauveur le Tinée fraai liggen, maar we zijn er nog niet. We moeten nog 600 m steil afdalen. Zigzag, zigzag. Om 16.30 uur komen we op de camping aan, die naast de gîte ligt, aan de noordkant van het dorp. Onze eenzame buurman van het paradijselijke plekje staat er ook. Hoe is hij dat ijsveld bij Porte de Longon overgekomen?

Hij heeft zich 4 meter rechtstandig laten zakken op het richeltje. Ook heel erg knap.

Helaas, op maandag is het restaurant en de winkel dicht in St. Sauveur de Tinée. Shit, moeten we nu in een dorpje ook al noodvoer gaan eten? We hebben eigenlijk niet veel meer. Er is nog een bakker, en die heeft gelukkig nog wel iets te koop. Brood, appelvlaaitjes, melk, yoghurt, een pot courgette in thymsaus, blikjes makreel in mosterdsaus, tomaten en meloen. We zullen niet verhongeren.


Attentie: Ze hebben de camping (en ook de gîte) in St. Sauveur de Tinée gesloten, helaas (sinds 2012 ?)

Europa heeft het drinkwater voor het hele dal van de Tinée afgekeurd.Oplossingen: Er is een hotel in St. Sauveur (maar die ziet er echt niet uit, wat een griebus). Er zijn een gîte en een auberge in Roure. Wild kamperen is hier lastig, want er zijn op dit traject niet veel platte en stille stukjes. Wil je toch persé gaan kamperen, pak dan in St. Sauveur sur Tinée de bus terug naar St. Etienne de Tinée voor de goede camping daar. De volgende dag dan maar weer retour met de bus naar St. Sauveur de Tinée. Voor een euro per busritje is daar ook over heen te komen.

Els en Joris, van de gîte in Roya, zitten  ergens op de stoep bij een smoezelig cafeetje. Grappig elkaar weer te zien. Ook zij hadden bange momenten gehad bij het ijsveld. Zij waren toch helemaal bovenover geklommen. Heel erg knap.

Er komen nog een heleboel Duitsers met motoren op de camping. Ze willen allemaal op de rij op onze lip gaan staan en er is nog driekwart van het veld leeg. Fichez-moi la paix, zouden de Fransen zeggen. Laat me met rust. Maar dat zullen ze wel niet snappen, dus Koos legt ze in het Duits haarfijn uit dat er genoeg plaats is aan de andere kant van het veldje. Verdorie, kom toch niet met die scheerlijnen in onze tent staan! Die Duitsers weer hoor. Einordnen muss sein. Flikker op en verdeel de zooi een beetje. Dan hebben we allemaal plaats.
Stelletje herrie-apen. Minstens een meter of twee van ons af, opzouten!!


Dinsdag 23 juni, 2009 - St. Sauveur sur Tinée - St. Dalmas de Valdeblore

Gisteravond was het bewolkt en regende het een beetje. Vandaag beginnen we weer staalblauw. Om 7.30 uur gaan we lopen. Eerst worden we ingehaald door Joris en Els. Ze zijn gister met de bus teruggegaan naar St. Etienne de Tinée, hebben daar een restaurant gezocht en zijn met de auto teruggekomen naar St. Sauveur de Tinée. Slim, want de gîte hier naast de camping heeft geen maaltijdvoorziening. Als we zitten te ontbijten, komen de Amerikanen langs, die ons passeerden op het sneeuwveld voor Pas de Cavale. Ze waren zo afgeknapt op de refuge in Bousiéyas, dat ze maar de bus hadden genomen naar St. Sauveur de Tinée. Kom jongens, dat is niet echt de GR 5 lopen, af en toe een stukje hier en daar. Maar ja, wie doet de GR 5 dan ook voor zijn 25 jarig huwelijksfeest? Kan je beter een feestje houden in Den Bosch of zo.

Het is nu wisselend bewolkt met een koude wind. We lopen naar Rimplas. Uitgestorven. Nergens koffie te krijgen. Daarna gaan we naar beneden en via een fraaie Romeinse steile bosweg weer naar boven. We picknicken in Bolline in een parkje vol hondepoep. Fris is anders, maar we hebben wel leuk uitzicht en een bankje. Hier is de GR slecht aangegeven. Een paar keer verkeerd gelopen en weer teruggelopen. Wat een uitgestorven kiet hier. Uiteindelijk de goede weg weer gevonden. Nergens een restaurant of koffietent. Om 14.30 uur komen we uit in St. Dalmas de Valdeblore.

We passeren eerst een boerencamping aan de rechterkant van de weg vóór het dorp. *) Lees info verderop. We zien dan een cafeetje midden in het dorp. Hoera, een terrasje, wat een luxe.   We drinken een colaatje en lopen dan door naar de gemeentecamping helemaal aan de andere kant van het dorp. Niemand te vinden op de camping met bijna uitsluitend vaste plaatsen.   We zetten de tent helemaal vooraan op een klein groenstrookje. We zijn net helemaal geinstalleerd, komt er zo'n gemeenteknakker vertellen dat we helemaal achterin op de camping moeten gaan staan, ver weg van het bloc sanitair. Bekijk het even vogel, we zijn moe en we gaan geen dagmars van de wc afstaan, we lopen al genoeg. We verkassen uiteindelijk toch maar met lange tanden, toch vooraan, aan de overkant bij bankjes, in de wind. Ze hebben wel een lekkere douche, dat scheelt..(wèl achter een douche-gordijn...)

Daarna doen we boodschappen bij de Proxi en drinken we een lekker biertje op het terras.We koken uitgebreid en duiken op tijd in de slaapzak. Koude rotwind. Je moet wel in de tent. Morgen wordt het een lange dag naar Utelle.

Vandaag hadden we een saaie dag met saaie paden. Ze waren wel steil. We kwamen haast niet vooruit en we zijn hartstikke moe. Welterusten.


*) Wij zijn in 2011 voor de GR 52 gestart op de boerencamping van St. Dalmas de Valdeblore. Mevr. Myriam le Duff - email "bernard.leduff@wanadoo.fr" / telnr. 0033493028330 of 0033684158455 is heel aardig tegen GR lopers.

Ze is zelf een loper en weet precies wat de GR lopers doormaken. Deze camping heeft slechts 2 wc's , 2 douches en 1 bak met 2 kraantjes om je te wassen half buiten. Ze heeft ook een overdekte ruimte met tafels en stoelen om aan te eten of te koken als het weer niet goed is. Er staat zelfs een magnetron en er is een keukenblokje. Ze staat in het ANWB boek van de kleine campings.


Woensdag, 24 juni, 2009 - St. Dalmas de Valdeblore - bivak Col d'Andrion 

De wekker gaat. Het wordt nèt licht. Je opmaken met een hoofdlamp op, is best lastig. Om 6.30 uur gaan we op pad. Een zeer steile klim over een skipad, wordt later gewoon steil, maar het is wel een fraai bospad. Het is nog koud in de schaduw.

Op Col du Varaire (1710 m) zitten we even op te warmen in de zon. Verder maar weer door het bos omhoog naar Caire Gros. Daar gaan we lekker uitgebreid ontbijten met uitzicht op de Middellandse Zee (jawel) en het klooster van Madone  d'Utelle.

Daar passeren Els en Joris ons met hun kleine rugzakjes. Ha, de ontbijtclub weer. (zo noemen ze ons). Daarna wordt het voor mij aanzienlijk minder leuk. Flokstra had het over een fraaie kamweg met prachtige uitzichten. Ik lijd vreselijk aan hoogtevrees en zie alleen Koos zijn hielen, die ik langzaam, voetje voor voetje volg. En na elke bocht gaat het weer zo verder. Twee en een half uur loop ik zo in de stress met trillende knieën. 

Op een breder stukje moet ik even afkicken. Het lijkt wel of ik een corset om mijn hoofd heen heb. Ik kan van angst nauwelijks praten. Ik sta te trillen als een rietje. Verschrikkelijk, dit is voor mij echt afzien. Dit is de zesde dag vol stress. Dit is toch niet leuk meer? Waarom loop ik de GR 5 nog? Oh, die rottige balconpaden in de Zuid Alpen. 

Het is dat ik hier nergens weg kan, anders stopte ik nu, echt waar. Dit vraagt te veel van mijn zenuwen. Pas bij Collet des Trous (1982 m) gaan we lunchen en wordt het een normaal bergpad met fraaie alpenweiden en koeien met bellen. Voorbij les Granges de la Brasque (oude casernes) komt er ontstuimig veel lekker bronwater uit de muur en vullen we alle flessen. Dit is het enige waterpunt tussen Valdeblore en Utelle. Met ieder drie liter water gaan we verder. Bij Col d'Andrion vinden we een fraaie open plaats in het bos, 25 m van de weg af. 
We blijven hier en genieten van de laatste zonnestralen.


Donderdag, 25 juni, 2009 - Col d'Andrion - Utelle
Om 5.45 uur wakker. Shit, om 6.00 uur wandelt een meneer met zijn hond wat verderop door het bos. De hond doet een rondje over ons kampeerplekje. Hij rent zelfs rond de tent. Gelukkig, hij blaft niet en taait af. We zijn niet verraden. 
Wassen met vochtige doekjes vanmorgen. Ontbijten met hartkeks en koffie en dan inpakken en wegwezen. We hebben heerlijk geslapen in het bos.

Om 7.30 uur op pad. Er staan al drie auto's vlakbij op de parkeerplaats. Vroege wandelaars. De weg hier naar toe is toch niet eenvoudig. Het is mooi weer en helemaal niet koud. We moeten meteen flink naar beneden lopen. We kruisen regelmatig de weg van La Tour naar Rocquebillière, waar gisteren hordes Duitse motorrijders over heen kwamen. We moeten 300 m afdalen, zigzag tot aan Col de Fournès. Daarna gaat het  fraai door het bos tot de Col de Gratteloup. Ongeveer een kwartier lopen nà de col zijn er nog heel veel aardige kampeerveldjes vóór les Prats. Misschien wel het risico dat je tussen de schapen staat, maar de veldjes zijn al kaalgevreten, dus daar heb je geen last meer van.

Dan beginnen we aan de Brec d'Utelle. 

Eerst hebben we een rotsig balconpad, flink omhoog. Gelukkig is dit balconpad niet zo heel smal. Het gaat maar omhoog. Dan wordt het echt rotsklimmen want we moeten echt helemaal over de top. Wat een onaangenaame verrassing. In periodes met onweer, niet erg prettig, zelfs gevaarlijk. Gelukkig hebben we goed weer.

Daarna volgt er weer een stukje smal balconpad en dan moeten we scherp zigzag dalen over een pad met rollende keien. Voor mij hadden ze deze bult niet in de route hoeven opnemen. Met mijn hoogtevrees wordt ik hier weer niet vrolijk van.

Daarna gaat het even goed door een koel bos en dan krijgen we wéér een smalle balconweg met twee bruggetjes, waar eerst slechts kettingen zaten. Ik ben erg blij met de bruggetjes. Wat een rotpad. Na twee kilometer stressen komen we eindelijk bij de Col du Castél. Ik moet even op adem komen, maar het is hier bloedheet. Geen zuchtje wind. Een beetje drinken, een mueslireep en verder maar weer. In de verte ligt Utelle, een fraai plaatje. De afdaling gaat wel, maar het is een moeilijk pad. Steil, rollende stenen en grote stappen naar beneden. 
Soms is het niet te doen met die korte benen en die grote rugzak.

Het pad blijft lastig en je moet goed opletten tot de laatste twee minuten voor Utelle. 

Utelle


Om 13.45 uur planten we ons op het prachtige terras van hotel Bellevue. Ze zijn niet open vanavond – buiten het seizoen – dus we kunnen hier helaas niet blijven slapen. Maar eten kunnen we er nu wél. En wel heel lekker met een heerlijke fles Bandol erbij, de beste rosé van Zuid Frankrijk. Geweldig.

Gelukkig zijn we hier op donderdag, en niet op woensdag, want dan is alles dicht. We blijven op het gemak schranzen tot half vier. Heerlijk, heerlijk. We gaan het dorp verkennen, zonder onze zakken, die laten we maar even staan.

Helaas, Utelle lijkt in de verte mooier, dan dat het van dichtbij is. Er lopen enkele oude mensen, een paar kleine kinderen en er zijn veel vervallen huizen. Het enige piepkleine winkeltje is óók dicht. Die gaat pas op 1 juli open tot 15 augustus. 
Dan vanavond maar weer uit eten. We nemen een drankje op het terrasje van Le Relais en dan eten we vanavond hier wel van de kleine kaart. Inmiddels is de lucht helemaal dichtgetrokken en het onweert richting Col de la Bonnette.

Brec d'Utelle hangt in de wolken. Ik hoop voor alle mensen die nog onderweg zijn, dat ze er geen bui overheen krijgen. Het pad is zo al moeilijk genoeg. Om 18.15 uur gaan we de gîte in. Hij zit in een oud schooltje, naast een poort. We kwamen er ook achter door te vragen, want het staat nergens. Er is een trap naar de voordeur. De deur is open en er is niemand. We installeren ons maar en gaan douchen, heerlijk, na een nacht bivakkeren in het bos.

Daarna lopen we naar Le Relais om iets kleins te gaan eten. Wat schetst onze verbazing? Hij heeft niets te eten, ondanks alle bordjes die er hangen. Een salade moet je 's middags uiterlijk om half drie bestellen voor 's avonds. Kan het nog groeien in zijn tuintje zeker. Wat een restaurant!! Het wordt dus niets in Utelle, want het restaurant van vanmiddag is ook dicht. Daar sta je dan boven op de berg in de middle of Utelle = nowhere.

Je bent gewaarschuwd, neem noodvoer mee naar Utelle, want ook de gîte heeft geen restauratie, alleen een keukentje.We keren terug naar de gîte en eten cup-a-soup, hartkeks, blikje ansjovis, blikje makreel en hebben koffie toe. Ook goed. Meer hebben we ook eigenlijk niet nodig, want we hadden vanmiddag zeer uitgebreid gegeten. Je zal hier op woensdag langskomen, kan je echt op een houtje bijten. 

Om 20.30 uur komt een dame van de gemeente afrekenen: 24 euro. Ook geen geld, we hebben de hele gîte voor ons alleen met 12 slaapplaatsen in 4 stapelbedden van drie hoog. Een hele klim, als alles vol is. Er komt niemand meer. Wat een luxe voor 24 euro, een hele school voor ons alleen. Maar als je de pech hebt om geen noodrantsoen bij je te hebben, ben je hier wel in de aap gelogeerd met een lege maag.

Het onweert zwaar in de bergen om ons heen, maar niet in Utelle.


Vrijdag 26 juni, 2009

Heerlijk geslapen met zijn tweeën in de gîte en het raam wagenwijd open, dat kan, zonder Fransen op de kamer. Gezellig even ontbijten en om 7.30 uur op pad.

We doen helaas geen rondje extra naar Madone d'Utelle. We hebben dat vorig jaar met de motor gedaan over een smalle, steile weg. Daarom wilde ik nu zo graag te voet naar het klooster met uitzicht. Maar het heeft geen enkele zin. De wolken hangen 20 m boven de daken van Utelle en de Madone is onzichtbaar in de wolken. 

 


Later hebben we dit toch nog ingevuld. Bij deze:


Rondje Madone d'Utelle.


Dinsdag, 26 juli, 2011

We zijn net klaar met de GR 52 en we doen nu nog even de trip van Madone d'Utelle er achteraan, want we waren toch in de buurt. (St. Dalmas de Valdeblore).

Nu tuffen we omhoog naar Utelle en parkeren de auto vooraan in het dorp. (821 m) Met een dagrugzakje gaan we op pad. De route is geel gemarkeerd. In een uurtje lopen we naar boven en drinken koffie bij de gîte. (wie begint hier nu een gîte)!! We praten wat met de uiterst vriendelijke dame, die blij was met een klant. Als het hier bedevaart is ( 9 juli) komen hier duizenden mensen, zelfs met grote bussen!! Nu zijn wij de enigen. We hebben naar alle kanten fraai uitzicht, maar er hangen wel donkere wolken hier en daar. We lopen wat rond en gaan naar het tempeltje als uitzichtspunt ( 1194 m).

Daarna dalen we links af in een gat tussen de rechte rotsen. Er staat een houten wegwijzer bij. Het pad gaat vrij recht naar beneden tussen de keien, maar is goed te doen. Beneden kom je uit op een soort kale hoogvlakte met een paar struiken: Col d'Ambellarte (967 m). Dan loop je door het bos naar beneden richting Utelle en kruis je de GR 5. Hier moet je rechtsaf als je verder gaat naar Levens of linksaf retour over de GR 5 terug naar Utelle. 
Het hele rondje kost je drie uur, als je een lusje doet vanuit Utelle en dan doorloopt naar Levens, dan is het 2 uurtjes extra. Ik zou de omweg alleen aanraden met helder weer en als je tijd over hebt, anders kan je hem beter overslaan. Zo spannend is het nu ook weer niet.

Dit is een invuloefening, die we dus later gedaan hebben.


Verder met de oorsponkelijke GR5 beleving op 26 juni, 2009

Utelle - Aspremont vervolg

Het water gutst van ons gezicht. Het is benauwd en klef en broeierig warm, zo vroeg in de morgen. Eerst lopen we over een fraaie oude ezelweg langs de rotsen naar een kapel. Het is geen eng balconpad, want het is wel een meter breed. Mocht je ooit in Utelle  voor een gesloten deur staan omdat alles dicht is, geen nood, er zijn nog een paar aardige kampeerveldjes zowel links als rechts van het pad ongeveer tien minuten vóór de kapel. Er is daar geen water. Dat had je moeten tappen op het dorpsplein in Utelle. Daarna gaat de oude weg verder langs de rotsen, hoog boven de rivier de Vésubie. Het pad is soms breed en soms smal en de afgrond aan de linkerkant is behoorlijk diep en loodrecht. Ik probeer het maar te negeren, door niet naar die kant te kijken.

In de verte ligt Levens. Daarna krijgen we een moeilijke en erg steile afdaling met uitsluitend rollende keien. Dan gaan we een prachtig oud middeleeuws bruggetje over de rivier de Vesubie op 195 m om vervolgens weer flink te klimmen naar Levens. Weer een keienpad, maar met een aangename hellingshoek, dus dat loopt wel vlot. Tussen de bomen is het lekker koel. In Levens lopen we langs een restaurant van een tennisveld, waar het goed toeven is buiten op de eerste etage. Ze hebben daar een overdekt terras. Het waait lekker door. Een jong stel met een babytje runt de tent en ze serveren een prima lunch voor een zeer redelijke prijs. We genieten daar echt een uurtje van. De eetgelegenheid is schijnbaar goed bekend, want even later zijn alle tafels buiten bezet. 

Inmiddels trekt het overal dicht en begint het te rommelen. Het onweer begint al vroeg om 12.00 uur. We zitten voorlopig droog bij het restaurant.

Nu krijgen we drie keer een domme aktie van de GR 5.

Flokstra mopperde er ook al over en hij had volkomen gelijk. Ik zou jullie aanraden, doe niet zo dom als wij. Volg NIET het boekje, maar ga gewoon rechtuit over het asfalt. Het scheelt een grote omweg, met zinloos omhoog en omlaag gedoe. 
Enfin, wij doen dat niet want Koos wil persé de markeringen blijven volgen. Dus we gaan naar boven naar het dorp, (de buitenkant) om daarna weer via trappen af te dalen. Wat een kul. Daarna willen ze weer voor 500 m de D19 mijden en leiden ons via een keienpad naar beneden en daarna weer omhoog naar de weg. Vertragingsfactor twee. Het onweert inmiddels aan alle kanten, alleen boven onze hoofden is het nèt blauw. Vervolgens gaan we wéér van het asfalt af. Een rotpad met keien omhoog, dan door de maquis vervolgens steil naar beneden en weer omhoog. Wat een bezigheidstherapie van vijf kwartier om achteraf 1,5 km asfalt te vermijden. Gewoon bezopen. Wat zijn dit voor stomme akties? Dat was vertragingsfactor drie. Dit slaat gewoon nergens op. Het zijn klotepaden, door oninteressant gebied. Je wordt er alleen maar moe van. Het onweer is nu echt overal. En ja, daar komen we weer op diezelfde asfaltweg uit. Bah. Nu gaan we maar even tempo maken. Het is hier nog droog. We gaan een breed gruispad op. Ook goed.

Daarna moeten we naar de Mont Cima. Het knalt aan alle kanten. Drie onweersbuien tegelijk rond de Mont Cima. We zoeken beschutting onder een paar lage dennetjes, gehurkt in het gras. We worden flink nat ondanks onze regenjassen. Korte broek en onderbroek zijn doorweekt. Is niet erg, droogt straks wel. Het is inmiddels al half zes en we zijn nog niet in Aspremont. Het schoot niet op vandaag, of de weg was lang, dat kan natuurlijk ook. Er zat ook veel hoogteverschil in, kleine stukjes, maar continue. Na een uur trekt het onweer weg en ploegen we de Mont Cima over. De stenen zijn glad en het zand is glijklei geworden met dikke klonten die blijven plakken onder de schoenen. Oppassen dat we niet vallen. 
Ineens komen we de bult over en hebben we een prachtig uitzicht over het dal van de Var en de Middellandse Zee, onder een loodzware lucht. Beneden ons zien we Aspremont liggen in de avondzon. Wat een mooi plaatsje op een heuvel. Er volgt een steile afdaling met hele grote stappen, nog wat asfalt en dan zijn we in Aspremont. Nu nog een hotel. Het is al laat. Shit er is er maar één. De andere is dichtgespijkerd. Dat ene hotel heeft ook de deur op slot. Wat nu? 
Er stopt een man in een auto, de eigenaar van het hotel. We moeten wachten. Hij zal zien wat hij kan doen. Na 10 minuten doet hij de deur open. Hij bromt wat, doet moeilijk, kijkt nog eens in zijn planning, maar na vijf minuten heeft hij uiteindelijk toch besloten om ons een kamer te geven. Tja, je kan tenslotte niet iedere zwerver die langs loopt een kamer geven...... Koos zijn creditkaart helpt.

Gelukkig, we kunnen droog slapen vannacht. We hebben een keurige kamer, wat klein, maar met douche en toilet en een mooi uitzicht op de Var. En verschrikkelijk slechte matrassen met een enorme kuil erin. Maar goed, we zijn allang blij. Je hebt hier geen keus. Eerst maar even lekker douchen. Ik ben zo moe. We hebben 28 km gelopen vandaag. Eerst even huilen. Dat lucht op.

Daarna gaan we eten aan de overkant, in het enige restaurant – Chez Mireille – Gesloten op dinsdag en woensdag. Mooi geluk dat wij hier op vrijdag zijn. Het is een top restaurant met een top ober. Echt een ober, zoals een ober moet zijn. Ik houd van zo'n ober. Voorkomend, adviserend, onzichtbaar en er altijd zijn als je hem nodig hebt. We komen langzaam weer bij. Buiten plenst het. Na het eten duiken we het bed in.

We zijn helemaal af, maar Nice is niet ver meer. Ik lig op het uiterste randje aan het voeteneind, om de kuil te mijden in de matras.

Morgen het slotaccoord.


Het slotaccoord


Zaterdag, 27 juni, 2009   Aspremont - Nice

Na het ontbijt bij een zeer vriendelijke dame, gaan we even zonder zakken Aspremont bekijken. Dat moet je beslist doen, want dat is zeer de moeite waard. Je mist veel, als je het overslaat. Trappen op, smalle straatjes, veel potplanten, fraaie uitzichten. Echt heel pittoresk. We treffen het. Ze hebben een marktje en we kopen brood en kaas voor onderweg. Dit is pas de tweede gelegenheid om vers brood te kopen op de hele tocht, dus wapen je met hartkeks op deze hele etappe.

Om 8.30 uur gaan we op pad. We zijn laat voor ons doen. Het weer is weer drukkend benauwd, bewolkt en met een vochtigheidsgraad van de tropen. Het water stroomt van ons gezicht bij elke stap. Koos en ik krijgen bijna ruzie. Hij wil persé weer de markeringen volgen. Naar beneden, parkeerterrein over, trap op en we zijn weer terug bij het begin. Nòg een keer hetzelfde circuitje. Wat een stomme aktie. Blijken het de markeringen van de GR 51 te zijn, maar Koos wilde niet het boekje volgen …..Streepjes zijn heilig. 

Hè, hè, om bijna 9.00 uur gaan we op pad voor de goede weg. Maar niet voor lang. Na een geitenboer en een rot steil pad omhoog raken we de markeringen helemaal kwijt en het boekje geeft ook geen houvast. We volgen maar een gele streep, dat pad gaat ook omhoog. We komen bij een oud fort, waar ze met schietoefeningen bezig zijn. Tja, wat nu? Kompas er bij. Ah, we moeten naar rechts en omhoog. Na een tijdje houdt het pad op. We gaan dwars door de maquis (= prikstruikgewas in pollen, meestal gaspeldoorn). Recht omhoog de bult op. Geen gemakkelijk pad. Plotseling vinden we ineens weer het pad met de gele streep. Wat een ontzettend steil pad is dat. Hè, hè, eindelijk boven. We komen uit bij een groot fort en een loopgraaf en een groot hek, bovenop de Mont Chauve . We staan weer op 853 m moet dat nou, zo op het eind? Zo komen we niet verder. Links is onmogelijk, maar rechtsom lukt wel. We volgen het hek en dan is er een keisteil spoor naar beneden. Nu niet vallen, dan ben ik te snel in Nice. We gaan om het hek heen bij een mast. Het paadje wordt beter en ineens hebben we een betonnen trapje omhoog. Wat een luxe!! We komen uit op een asfaltweg, nou ja!!!

We hebben een prachtig uitzicht. We doen extra de weg verder naar boven en ook nog een trapje zonder leuning. We zijn er nu toch. Wat een lelijk fort, c.q. bunker hebben ze hier ooit gebouwd. Afbreken die hap. Goed, dan doen we nu de asfaltweg met haarspelden naar beneden. Ver beneden ons zien we een gruisweg met een paal met wandelaanduidingen. Dáár moeten we naar toe. Na anderhalf uur ploegen omhoog en omlaag, komen we aan bij de intersection van 40 minuten volgens het boekje. Moet je aan het begin wel duidelijk de markeringen neerzetten.!!!! Een duidelijke beschrijving in het boekje, zou  kunnen helpen. En ook vermelden dat hier de GR 51 en de GR 5 door elkaar lopen, met dezelfde rood-witte markering. Achteraf had je dus vóór die geitenboer ergens naar rechts moeten gaan op dezelfde hoogte. Dit maakt het allemaal niet eenvoudiger, zo dicht bij het eindpunt.  Dit kost onnodig veel energie. Zand erover, we gaan lunchen op een plaatsje met een zeer fraai uitzicht over Nice. Achter ons ritselt een slang weg.

Nu moeten we nog een lang keienpad volgen over de Crête de Graus. Het loopt wel op één hoogte, maar door de ongelijke keien moet je goed op het pad letten om je enkels niet te verzwikken. Dan volgt een lange afdaling over het asfalt en door de straten van Nice.

Het boekje zegt dat je ergens de bus moet pakken. Nee, dat doen wij niet. Je loopt de GR 5 van de Waddenzee tot de Middellandse zee, en dan ga je niet het laatste stukje met de bus. Gewoon doorlopen, alsmaar rechtuit, dat kan niet moeilijk zijn. We lopen over een lange rechte weg met trams, alsmaar naar beneden, richting zee. Op de stoep bij een cafeetje drinken we nog een koude cola en rusten even. Daarna even afzwaaien naar het station en alvast treinkaartjes kopen voor morgen. Overstappen in Marseille en 8 uur in de trein naar Embrun, we gaan  stoppen op 23 stations, vandaar.

Nu zoeken we ons hotel. Als afsluiting van 3000 km lopen gaan we ons verwennen in een ****sterren hotel. Nee, niet in het fameuze Negresco, dat is echt te sjiek en te kostbaar, maar we nemen Hotel Mercure in de Rue Notre Dame. Die ligt mooi opzij van de grote boulevard richting zee en mooi halfweg de zee en het station. Flokstra had er ook geslapen. Zo kwamen we op het idee. Toen we op de Mont Chauve waren hebben we even gebeld voor een reservering met creditcardnummer. Anders wordt je vast geweigerd als SDF-er (= Sans Domicile Fixe, = dakloze). We hebben een prima hotel en een zalig bed. De zakken af, douchen, nette kleren aan en op de Teva's naar de zee, pootjes in het water. Tocht volbracht...Mission accomplished. 3000 km wandelpad, vanaf de Waddenzee, en niet altijd eenvoudig.  Zonder Koos hulp had ik hier niet gestaan.

We gaan Vieux Nice in, hartstikke gezellig. We pikken een terrasje. 's Avonds gaan we terug om er te eten. Alle landen van de wereld zijn vertegenwoordigd. Eten we Afgaans, of Turks? We besluiten voor Tunesisch. Vieux Nice doet een beetje denken aan een soek, met smalle straatjes en allerlei kleine winkeltjes.

Terug richting ons hotel zien we allerlei straatartiesten bezig met acrobatiek of muziek. Hartstikke leuk. De volgende ochtend gaan we naar de bovenste etage van het hotel om even het uitzicht te bekijken. Hotelgasten hangen verveeld in witte badjassen rond het zwembad. Dit is een andere wereld.

Het was mooi op de GR 5. We zijn verslingerd aan de Alpen en nog niet klaar met lopen. Zie verder op de site.

Ondanks de angsten voor hoogtevrees hier en daar, hebben we ook geweldig veel plezier gehad.