Dinsdag, 26 juni, 2012 vervolg van 1a GR 52 A 


We zitten in Beuil met 40 graden. We moeten een diep heet gat in met een asfaltweg midden op de vlakte. Dit zien we even niet zitten en de moed zakt ons in de schoenen. We keren terug naar het restaurant "l'Escapade", waar we al langs waren gekomen op de heenweg. Het heeft een heerlijk terras en zelfs een Michelin ster. Toe maar.

e-mail hotel-escapade@wanadoo.fr

We bestellen 2 grote salades en 2 cola. Koffie toe. Na 2 uur zitten we mudvol en zijn we 55 euro lichter, maar dat was het meer dan waard.

Prima kwaliteit, grote porties, goede bediening, fijn terras met zonneluifel, zeer vriendelijke mensen, ondanks het feit dat we met een hond komen en er niet al te fris uitzien met dit weer.

We rapen de moed bij elkaar en duiken nu toch het hete gat in. Het valt 100% mee. Het is bewolkt en er staat een windje. Wat een bofkonten zijn wij toch. We gaan nu omhoog naar de col, maar het pad loopt in het bos. Vallon de Couillole. We zijn vlot boven. Om half vijf staan we op de col. We horen en ruiken troupeaux, en waar troupeaux zijn, zijn patous. Helaas, hier is wild kamperen dus uitgesloten.

Op de col staat een groot houten gebouw met verweerd hout en kleine raampjes.Het is de Gîte de la Fripounière.

www.lafripouniere.com Tel. 00 33 493 0202 60

Bij Anne-Claude en Patrick zijn we van harte welkom mèt hond. Fantastisch. Het is een gîte d'étappe en we krijgen kamer 13 op de 2e etage. De meest ruime kamer met het oog op de hond. Met badkamer om de hoek. Super. En dat terwijl ze zelf een Tervurense herder en een patou hebben alsmede 4 katten.

De patou hebben ze als pup van de dood gered. Toch wel super van de eigenaar om dit beest op te nemen. Het hondje hoorde bij een schaapskudde en de herders vonden hem niet goed genoeg. Ze mishandelden de pup en gooiden hem in de herfst bij de schapen op de vrachtwagen en ze gingen hem wel afknallen, dan waren ze van hem af. Patrick heeft de hond gekocht van de herders en hij is nu een uitstekende waakhond voor de gîte. Als wij met Coco naar buiten willen, moet eerst de patou naar binnen. Dat vinden ze geen probleem. 

We liggen eerst een uurtje op bed. We zijn zó blij dat we hier terecht konden. Het kost 47,-- euro p.p. voor demi-pension, dus met avondeten en ontbijt. Netjes. Het avondeten is om 19.15 uur. We zijn met zijn zevenen. 2 Franse toeristen per auto, 1 Franse loper van dagtochten - per auto hier gekomen en 2 Zwitserse motorrijders.

Het eten is buitengewoon goed en we kunnen jullie dit adres van harte aanbevelen. 


Woensdag, 27 juni, 2012  - Col de Couillole - St. Sauveur sur Tinée


Het was heet vannacht in de gîte,ondanks dat het raam wagenwijd open staat. De patou ligt breeduit in de moestuin op de sla-plantjes, die deze mensen met zoveel zorg en toewijding proberen te laten groeien....voor hun gasten


Om 7 uur is het ontbijt en om 7.30 uur zijn we weer op pad. Eerst hebben we een keisteil pad naar beneden met twee ingestorte stukjes helling en daarna lopen we in een fraaie vallon in het bos gestaag naar beneden. Na een uurtje zijn we in Roubion.

Roubion is een prachtig middeleeuws dorpje. Het is gebouwd op een rotsrichel, hoog boven een loodrechte vallei. Welke gek wil daar nu wonen?

Ook voor de toerist per auto is het hier niet eenvoudig om te komen. We lopen dwars door het schitterend gerestaureerde dorpje en het reeds geopende terras voor de koffie is zeer verleidelijk, maar we slaan het met moeite over. Het is nog vroeg en we hebben nog een heel eind te gaan vandaag en het wordt vast wel weer 35 graden of meer.


Het is eigenlijk nù al warm. Via een uitgehakte tunnel lopen wij het zeer fraaie Roubion weer uit over een smalle grindweg met diepe afgrond, die hoog boven de vallei is aangelegd. De weg is half verhard. Ik zou hier voor geen prijs durven rijden met de auto, maar anderen schijnbaar wel, want 4 x zet een auto ons in de stof, alsmede een brommer en ook nog een auto van de andere kant. Hoe hebben ze elkaar kunnen passeren??? Vermoedelijk langs het randje en hier is geen vangrail. Brrrr. Dat was vast geen feest. De weg is hooguit 3 m breed en de afgrond gaat 700 m loodrecht naar beneden.

Na een tijdje verlaten we de weg en dalen we sterk af over een zigzaggend bospad naar de rivier. Bij de rivier staan grote waarschuwingsborden dat het hier gevaarlijk is, ingeval van heftige onweersbuien en een plotseling zwellende rivier. Dit soort situaties moet je ook echt niet onderschatten. Een fruttig, kabbelend beekje kan in een paar minuten veranderen in een woeste stroom, grote bomen en rotsblokken meesleurend. We hebben dit meermalen gezien. 

Aan de andere kant van de rivier is een enorme helling van zo'n 800 m hoog geheel naar beneden gegleden. Voor ons ligt een gigantische berg van grote rode brokken scherpe stenen. We moeten onze weg zoeken tussen de rivier en een 3 m hoog blokkenterrein van een 150 m breed. Voor ons is dat moeilijk, voor ons hondje is dat nog veel lastiger.

Normaliter stuur je hier geen hond overheen, maar we hebben geen keus. Langs of door de rivier lopen gaat niet, want die verdwijnt in een diepe kloof. Dus eerst door de rivier waden naar de overkant en dan  klimmen en klauteren met zijn drieën. Na een uurtje zijn we alle drie ongeschonden aan de andere kant. Heel knap gedaan van Coco en zijn pootjes zijn ook nog heel. Nu moeten  we nog over een paar afgeknapte bomen klimmen, die kris kras over elkaar liggen en dan vinden we een vaag pad in het bos. Daarna moeten we min of meer op handen en voeten rechtstandig omhoog klimmen en komen weer op het oorspronkelijke pad uit. We lopen langs een prachtig irrigatiekanaal, nog geheel in tact en operationeel. Het paadje er langs is wel smal en de afgrond diep. Gelukkig groeien er bomen op de helling, dan lijkt het minder eng.

Na een tijdje komen we bij de volgende hindernis: Wéér een ingestorte helling. Nu staan we niet aan de onderkant, maar halfweg op de flank. Ergens halfweg boven mij aan de ingezakte kant, zie ik een richeltje van het ingestorte pad. Daar durf ik echt niet overheen. Véél te smal. Gelukkig, dat hoeft ook niet. Ons pad gaat ineens scherp naar beneden en daarna weer via boomwortels steil omhoog. Een soort omleiding, zeg maar. Bij een steenmannetje komen we weer bij het oorspronkelijke pad. Een tiental meters beneden ons zien we nog steeds het irrigatiekanaal lopen. In het boekje lees ik later dat het 8 km lang is en via Roure naar St. Sauveur de Tinée de rivier de Tinée in stroomt.


We zijn nu bijna aan de overkant van de kloof van de Vionène en zien Roubion fraai liggen, vastgeplakt op de rechte hoge rotsen. Hadden ze er een brug overheen gelegd, dan stonden we hier 5 minuten later, nu deden we er bijna drie en een half uur over!!!

Het pad wat we nu door de kloof volgen is schitterend, maar wel smal en met diepe gaten. Met mijn hoogtevrees is het niet gemakkelijk.

We komen bij La Cérise. Drie hutten tegen een steile wand en er wonen ook nog mensen.

We gaan  picknicken onder een boom met een paar keien en gras. De plek is hier iets ruimer en we zitten nèt voor Roure. Het is inmiddels weer verzengend heet: zo'n 35 graden. We blijven geruime tijd zitten, maar we moeten verder. 

Verroest - hier staat een bordje dat deze weg - die we nèt achter de rug hebben - voorlopig is afgesloten. Rare snurkers, die Fransen. Zet zo'n bordje dan ook aan de overkant bij Roubion!


Ach, we zijn er zonder gebroken benen overheen gekomen. Het alternatief over de veel langere D 30 naar St. Sauveur de Tinée was ook geen feest geworden over bloedheet asfalt met jankende Italiaanse motoren en andere weggebruikers. Maar ingeval van slecht weer, naderend onweer of hevige regenval had je dat wel moeten doen. Halfweg een helling gaan staan die in zijn geheel gaat schuiven, dat  overleef je niet. Het is hier duidelijk heel instabiel in deze kloof.


Roure is ook een leuk middeleeuws dorpje en ook hoog tegen de wand geplakt, nèt als Roubion. We kennen Roure nog van de GR 5, van 3 jaar geleden. De GR 5 en de GR 52 A lopen nu parallel tot St Dalmas de Valdeblore. Daarna splitsen ze zich weer. Van Roure naar St. Sauveur de Tinée is een fraaie lange steile afdaling op een bloedhete helling, die ons nog heel goed heugt van de GR 5. Af en toe zien we het waterkanaal weer, nu in sterk afgeslankte vorm. Er wordt dus veel water uit getapt in Roure.

Coco gaat een paar keer liggen en wil niet meer. Zij is vermoedelijk bevangen door de hitte met haar dikke jas aan. Schotse collies hebben een enorme vacht, goed voor de Highlands in Schotland maar met 40 graden en geen zuchtje wind is het haar echt te veel. We hebben het zelf ook wel warm met die dikke zak op.


Om half vier zijn we op de camping in St. Sauveur. We gaan eerst languit liggen bijkomen. Alle drie. Dan moet ik de tent opzetten en gaan we boodschappen doen. Dit kan bij de bakker rechts en bij de alimentation links op de hoofdstraat. Daarna gaan we bij de kroeg met de stoeltjes op straat een lekker koud pilsje drinken en de bushalte zoeken.

Bushalte????

Ja, de bushalte. Bus nr. 740 gaat morgenochtend om 8.45 uur richting Nice. Tja, we houden er mee op. We zijn totaal gesloopt door de hitte. Ook de komende dagen blijft het onverminderd heet, volgens de voorspellingen. Met een rugzak op van 18 en 20 kg en onze leeftijd is 2 x 5 dagen = 160 km, meer dan genoeg bij deze temperaturen.

Zeker ook voor de hond moeten we stoppen. Zij heeft het helemaal gehad. Het laatste stuk naar Sospel houden jullie nog te goed. 

Terugtocht met het openbaar vervoer naar Colmars-les-Alpes gaat uitstekend.

We maken een spectaculaire tocht met een goedgevulde bus van Lignes d'Azur door de prachtige kloof van de Tinée. Zie internet www.cg06.fr. voor de dienstregeling. Bus 740. Kosten: 1 euro p.p.

We gaan niet helemaal tot Nice, maar stappen uit in Colomars Gare. (Achteraf gezien was misschien St. Martin du Var een betere keuze geweest. - meer dorp, meer voorzieningen, wel wat verder lopen naar het treinstation. )

We moeten heel lang wachten. Onze Train des Pignes gaat pas om 13.22 uur.

We lopen een tijdje langs de weg richting Nice en vinden een leuke pizzeria/restaurant in een verbouwd oud stationnetje van La Manda met partytenten in de tuin. We drinken eerst rustig 2 koffie, nemen daarna uitgebreid een ijsje en op het laatst een heerlijke salade. Het is hier goed toeven. Om 13.00 uur lopen we weer terug naar het stationnnetje van Colomars Gare.

De trein is wederom een oud schud-en-beuk vehikel en we gaan wederom over een spectaculair traject langs de rivier de Var. Om 15.20 uur stappen we uit in Thorame-Haute. Een zeer desolate plaats met een stationnetje, een kerkje en een kroeg die al jaren gesloten is. Volgens de dienstregeling op internet gaat er om 15.40 uur een bus naar Colmars les Alpes. Verdomd, er staat een 8-persoons busje en die vertrekt braaf iets later dan gepland. Ze wachtte nog op de trein uit tegengestelde richting. Je weet maar nooit of er nog een klant bij zit. Maar die is er niet, dus we hebben de bus voor ons alleen. Rond half 5 zijn we weer op camping Les Pommiers bij onze auto. Perfekt.

Het is hier weer een stuk frisser, dat wil zeggen, een aangename 25 graden.

Openbaar vervoer kan je vinden op het internet bij www.trainprovence.com


DEEL III

Laatste deel van de GR 52 A


Zaterdag, 21 juli, 2012

We zijn vandaag naar St. Martin de Vesubie gereden, en pakken morgen de draad weer op. Deze GR moet toch gewoon af.

Het pad van St.Sauveur sur Tinée naar St. Dalmas de Valdeblore kennen we van de GR 5. Dit alles hoeft voor ons geen 2e keer, dat geloven we wel. Voor de details moet je zoeken bij Alpen IV van de GR 5 datum; 23 juni, 2009.

Over dat traject het volgende:

Je moet dan eerst omhoog naar een kapelletje en vervolgens over een saai gruispad lopen naar Rimplas.  Daarna moet je omhoog - omlaag - omhoog - omlaag spoorzoeken richting  St. Dalmas de Valdeblore.

Pas op: alles is hier rood/wit gemarkeerd: GR 5, GR 52, GR 52 A - het lijkt Sospel wel. Als je dit pad loopt, moet je wèl gaan kamperen bij Myriam le Duff op de boerencamping rechts naar beneden, nèt vóór St. Dalmas de Valdeblore. Echt een aanrader.

Er kunnen alleen tenten op het terrein en ze heeft 2 wc's, 2 douches en 2 wasbakken. Een keukenblokje (half open) met een magnetron. Myriam kent alle bergpaden en weet precies wat lopers moeten doormaken. Ze is erg sympathiek voor GR lopers. Ze is zelf fanatiek bergloper. Gezellig Frans babbelen helpt.

De gemeentecamping daarentegen aan de andere kant van het dorp,snapt niets van rugzaklopers. Caravans staan vooraan bij het washok en jij mag met je tentje ver weg achteraan op het terrein staan.

Er is een prima winkeltje in St. Dalmas en ze hebben een bakker. De kroeg heeft koud bier. Er is ook een gîte d'étape, nèt vóór de gemeentecamping. De eigenaar is berggids.

Vergeet niet het oude centrum rechts te bekijken. Het is heel fraai en middeleeuws.


Goed we gaan verder op 21 juli, 2012 met het laatste stuk. Voor ons niet zo ver op en neer rijden omdat we hier 3,5 uur rijden vandaan wonen.(Lac de Serre Ponçon).

We staan in St. Martin de Vésubie op de kleine camping Ferme St. Joseph. We zitten precies in het hoogseizoen, dus het is er afgelaaien vol. Tant pis (pech gehad). Naast ons staan mensen in een minuscuul klein tentje, hooguit 50 cm hoog. Daar slapen nog twee volwassenen in ook. Daar moet je met een schoenlepel in en vooral niet meer bewegen.

Ja, zo kan je wel licht lopen, maar het lijkt zeer onconfortabel en tijdens een stortbui is het helemaal een drama. Waar laten die nu hun rugzakken??


Zondag, 22 juli, 2012  St. Martin de Vésubie - Colmiane v.v.

We gaan eerst vanuit St Martin de Vésubie omhoog naar Colmiane (richting St. Dalmas de Valdeblore) voor een dagtocht. Eerst dwars door het dorp met vele trappen omhoog langs een gootje (gargouille). Heel fraai middeleeuws, dat St. Martin. Het lijkt een beetje op Tende.Ze hebben hier nog al wat historische en pittoreske stadjes. Allemaal heel mooi.


Halfweg de route hebben wij een fraai beeld op Venanson, gebouwd boven op een rotsrichel. Het lijkt zo een beetje op Piëne Haute.

Shit, ik ben mijn fototoestel vergeten. Dan moet Koos het maar doen. Ik ga niet helemaal terug. We hebben ook een fraai zicht van bovenaf op St. Martin. Heel mooi, met het eerste zonlicht. Daar moet Koos ook maar even een foto van nemen. Daarna krijgen we een fraaie oude Romeinse weg of ezelspad ( de zoveelste in Zuid Frankrijk), die geleidelijk omhoog gaat door het bos.

Boven bij Colmiane moeten we een stukje parallel aan de weg lopen, maar dat is niet erg. Het is hier nog hartstikke rustig. La Colmiane is duidelijk een ski-oord. We zijn al om tien uur boven. We kijken even over de rand naar beneden en zien de camping municipal en St. Dalmas de Valdeblore liggen.

Het gaat te ver om even een half uur naar beneden te lopen om Myriam le Duff een handje te schudden ( zie GR 52), van de prima boerencamping. Dank zij haar hoefden we vorig jaar dit pad niet te lopen vanaf St. Martin in het noodweer 's avonds om 19.00 uur, toen we met de bus van Nice naar St. Martin reden. Zij was zo lief om ons op te halen, nadat we tevoren gebeld hadden. Nu konden we niet bij haar staan, omdat we de hond bij ons hebben en haar camping is verboden voor honden - omdat de GR 52 verboden voor honden is.

Vandaar de keuze voor St. Martin de Vésubie - Ferme St. Joseph en de wandeling op en neer naar Colmiane.

Op de col drinken we koffie op een terrasje, in een stevig windje. Alle wijnglazen vallen om. Het is hier zelfs aan de koude kant, maar de koffie is lekker. Omdat we niet de terugweg over hetzelfde pad willen lopen, kiezen we voor de Vallon de Vernet naar beneden naar St. Martin. Hij is keurig geel gemarkeerd. Eerst krijg je een meertje aan je linkerhand en dan ga je keisteil door het bos naar beneden. Het is een prachtig pad en het gaat ook veel sneller, maar sommige passages met glijsteentjes kan ik niet houden met mijn enkels en knieën en dus


doe ik hele stukken op mijn kont. Dat gaat ook. Je krijgt er wel vuile handen van, maar die was ik straks wel. Nog nèt in het bos gaan we vóór 12 uur picknicken, anders zitten we zó in het dorp. Via de Chemin vert - de groene weg - lopen we keurig om het dorp heen. We zijn weer vroeg terug en hebben een halve rustdag.

Er zitten wat lelijke wolken in de lucht. Krijgen we onweer???


Maandag, 23 juli, 2012- St. Martin de Vésubie - Belvédère/Gordolasque

Het heeft vannacht geregend. Als we de tent openritsen is het nog schemerdonker. Om 7 uur lopen we de camping af. Eerst hebben we bijna 5 km een plat pad over een boereweg.

Mooi uitzicht op Venanson, dat nog in de schaduw ligt. Later wordt het smalle asfaltweggetje een gruispad en dan wordt het steeds smaller tot  het ophoudt bij wat verlaten hutjes en een boer, die alle markeringen van de boom heeft weggekrast. Hij houdt zeker niet van wandelaars. We zoeken ons pad naar links en even later staat er op een stuk beton geschreven met viltstift: Berthemont GR 52 A. Gelukkig, we hebben het pad weer gevonden!

Nu moeten we steil naar boven tot bijna 1300 m en vervolgens steil  zigzaggend afdalen op een totaal overwoekerd pad over een verlaten kastanje-aanplant. Eindelijk komen we bij de ingang van het kuuroord. Er staan twee bankjes in de zon en in de harde koude wind. Hoe anders is het weer van een maand geleden.

We gaan er zitten picknicken. Kuuroord gangers kijken ons verbijsterd aan. Ze dragen een tasje met Vie-vitale, met allerlei zooi erin, die je portemonnaie vast niet vitaal maakt.

Gewoon een GR gaan lopen, daar wordt je véél fitter van.

Jammer, we komen niet in Berthemont zelf, dus geen terrasje met koffie en geen bakker. Ach, hartkeks werken ook. Daarna krijgen we een lekker zigzaggend pad door het bos naar boven weer met een koude, harde wind. Het stormt gewoon. Zijn we helemaal boven, dan krijgen we weer net zo'n pad naar beneden. Het houdt je wel bezig. Daarna krijgen we een partijtje richeltjes lopen langs een supersteile helling. Dit vind ik helemaal niet leuk. Ik loop langzaam van de schrik en het duurt eindeloos. Ik ben altijd bang dat ik op zo'n pad struikel. Ik ben ook altijd bang in de auto als we in een lange tunnel rijden dat we motorpech krijgen. Stom natuurlijk, maar ik heb dat nu eenmaal.

Onze Coco heeft nergens last van en loopt dapper op de richeltjes.

Eindelijk wordt het weer een normaal bospad en lopen we plotseling langs een waterkanaal. Dit duurt een heel eind, en dan wordt het ineens een betonnen wandelpad met trapjes en hekjes en staan we in Belvédère.

Er is helaas niet veel te beleven. Eén terrasje bij het kerkpleintje, waar we uitrusten en een colaatje drinken. Dan kruimelen we Belvédère uit naar beneden naar de rivier de Gordolasque. De camping mevrouw van de Ferme St. Joseph, zei dat het beter was om hierna wild te gaan kamperen, beter dan eerst af te zakken naar de camping van Rocquebillière, wat ons plan was. Dan wordt de etappe van morgen naar Col de Turini véél te lang, en daar hebben we een hotel besproken. Luisteren naar de deskundige..

Meteen nà de brug du Véseau vinden we linksaf achter een ketting de enige platte wildkampeerstek naast een enorme puinhelling. Ik hoop dat die dikke keien niet naar beneden gaan vallen, want dat overleven we niet. Verder is het een goed stekje op grind, met een paadje naar beneden naar de rivier. De tent zetten we vast met keien, i.p.v. met haringen.


Er komt nog een visser langs met zijn zoontje, maar daar hebben we verder geen last van.


Dinsdag, 24 juli, 2012   bivak Gordolasque - Col de Turini

Ik heb bijna niet geslapen vannacht. Beesten, waarschijnlijk een groep gemzen, kwamen vannacht over de puinhelling naar beneden denderen, vermoedelijk om te drinken bij de rivier. Daarbij trapten ze hele keienregens los. Flinke brokken ploften naar beneden, nèt naast onze tent.


Koos had wel een klein muurtje gestapeld ( 30cm), maar dikke keien, die een beetje stuiteren of uit elkaar spatten gaan dwars door de tent heen en dan kunnen we het niet meer navertellen. Ik was  doodsbang vannacht, dit keer puur voor grote stenen. Ik ben blij dat het licht is om 5.45 uur en ik ga me vast wassen bij de rivier de Gordolasque. Deze ontspringt in de Mercantour - hij stroomt uit het Lac de la Fous, bij refuge de Nice -waar wij wild gekampeerd hebben op de GR 52.

Om half acht lopen wij volgepakt weer verder, gelukkig, weg van de gevaarlijke puinhelling. Eerst hebben we een stukje asfaltweg en dan gaan we door een fraai bos naar Flaut (866m). Een picknickplaats met drie oerlelijke bunkers van de Italianen in 1940-1945. Dit gebied was n.l. vóór de oorlog Italiaans. Pas na 1945 is het in Franse handen gekomen als herstelbetaling van Mussolini.

In het boekje staat dat hier water is bij de bunkers, maar dat hebben we nergens kunnen vinden. We zakken wat af tot een waterkanaal en een grasveldje bij wat huizen en daar gaan we ontbijten met brood en jam. Daarna dalen we verder af over een overwoekerd pad tot diep in de kloof van de Rau. Hier was een bivak onmogelijk geweest en bovendien was het gisteren veel te ver geworden. Daarna gaan we weer omhoog naar Bollène-Vésubie.


Om 10 uur zitten we op een terrasje aan de koffie. Heerlijk. We genieten er echt van. Ook van de stoel. De hele tijd op de grond zitten wordt  vermoeiend op den duur. Daarna kunnen wij het pad niet zo goed vinden. Slecht gemarkeerd in het dorp. Een man in het dorp die we de weg vragen, stuurt ons helemaal de verkeerde kant op. Wat een ellende. Trap op trap af en weer verkeerd. We zijn zo een half uur kwijt èn veel energie.

Uiteindelijk moeten we via trappen helemaal naar beneden. We komen langs een antieke rioolzuivering, die erg stinkt en naderhand zijn afvalwater loost op het waterkanaal en de rivier. Bah. Dit kan beter Fransen!!

We zitten nu op 485 m en gaan nu weer zigzag omhoog door het bos. Onderweg komen we twee Franstalige Belgen tegen. Ze zijn helemaal stuk. Ze combineren de GR 52 met de GR 52 A en doen te grote afstanden per dag (tijdgebrek en toch veel willen doen). Ze hebben ook te weinig water. We troosten ze, nog even afdalen en dan weer omhoog en jullie zitten in Bollène-Vésubie.

We zigzaggen met lange halen verder omhoog en gaan picknicken. We denken dat we de zigzaggen al bijna gehad hebben, maar dat is niet waar. Pas om 2 uur komt er een eind aan. We zijn dan op 1127 m vlak bij de Cime d´Escaletta. Nu volgt een goed bospad op vals plat. We hebben nog 10 km te gaan voor Col de Turini. Na een tijdje wordt het zelfs een breed bospad, geschikt voor brandweerauto´s en bomenrooiers.

Tegen de tijd dat je denkt, het wordt nu wel saai, gaan we via een klein, steil bospad omhoog naar 1476 m. We komen vier Duitsers tegen. Dertigers, schat ik zo, met te veel overgewicht. Ze zijn helemaal stuk. Vermoedelijk te weinig water en te weinig ervaring met grote afstanden. Tja, je kan beter eerst een oefenrondje maken en niet meteen een GR gaan lopen.

Wij moeten nog ongeveer 5 km vals plat door kleunen. Elke drie kwartier stoppen we even. We hebben nu niet veel water meer. Gelukkig komen we nog twee piepkleine stroompjes voor Coco tegen. Met de tong op de grond, haalt hij er nog vocht uit, en het spaart ons water.

Uiteindelijk komen we om 17.15 uur aan op Col de Turini na 2100 m hoogteverschil door de dag heen en 18,5 km. De mevrouw van de camping in St. Martin had gelijk. Dit was een lange etappe en je moet hem halen.

We gaan naar ons gereserveerde hotel Les Trois Vallées en nemen een heerlijk pilsje op een zonnig terras. Prima.


Daarna volgt een verrukkelijke douche. Wa fijn, oh wa fijn. En dan een perfekt diner op het terras. Super, super. Echt aan te bevelen, dit hotel.


Woensdag, 25 juli, 2012 Col du Turini - Moulinet

Na een heerlijk ontbijt met broodjes, melk en yoghurt, gaan we om 8.15 uur weer op pad. De lucht is wederom staal blauw en het is nog lekker fris op de col. Eerst moeten we 100 m omhoog over een skipiste, maar al gauw gaan we rechtsaf over een fraai bospad. Het lijkt hier wel een beetje op Luxemburg. Dan dalen we af naar Baisse de Patronel op 1607 m.

Qua hoogte zijn we dus nog niets opgeschoten sinds Turini. We dalen verder af en het wordt steeds warmer. Ook de vegetatie wordt weer wat meer Mediterraan, met tijm, lavendel en rozemarijn. Om 12 uur zijn we al in Moulinet. Fijn, gaan we eerst een salade eten op het terras... Mooi niet. Het eerste restaurantje is alleen 's avonds geopend op afspraak en het tweede restaurant: Le Trou du Renard - het Vossehol dus, serveert alleen drankjes op het terras en niet eens van harte. Eten werd alleen gekookt voor de bejaarden van het dorp.

Nou, dan maar gauw naar het enige dorpswinkeltje. Het zit op een pleintje en bestaat uit een cafeeke met daarachter een zéér beperkt winkeltje. Hij gaat over 5 minuten dicht, dus ik heb nog geluk. (12.30 uur) en hij gaat pas weer open om 18.30 uur. Wat een tijden! Past niet bij Hollanders. Ik koop wat voor vanavond + melk en 2 bier voor Koos. Dan nu maar alles meesjouwen. Het brood was helaas uitverkocht, dan maar pain grillé, als variant op de hartkeks en het is ook licht, dus gemakkelijk mee te nemen. Vooruit, naar het noorden van Moulinet, daar moet ergens de boerencamping Le Seuillet liggen.

Verdorie, da's nog een eind vals plat omhoog lopen over het asfalt. Nog geluk dat er weinig verkeer is. Op het laatst nog flink omhoog naar een echte boerencamping. Een paar veldjes, schapen en geiten op een steile helling en een groot kippenhok. Daarentegen een klein bloc sanitair met van alles één, maar we redden ons wel. Er zijn maar drie veldjes bezet, inclusief ons.

We gaan eerst maar eens in de schaduw een beetje eten en rusten. Dan zoeken we een plekje achter het kippenhok, waar we de tent opzetten. Om vier uur begint het te onweren. Mooi geluk dat we niet onderweg zijn, maar naast de tent zitten. Beschutting op 10 cm afstand.


Maar het stelt allemaal niet zoveel voor. Na een kwartiertje is het weer droog. Muisstil op de camping. Er staan twee Franse stellen bij elkaar, die zitten te kaarten en een Nederlands gezin dat contactgestoord is.


Donderdag, 26 juli, 2012  Moulinet - Sospel

Owee, owee, 's morgens om 4 uur beginnen drie hanen te kraaien in een potdicht kippenhok (de boer had ze 's avonds opgesloten), waar wij pal naast staan. Die hanen gaan continue door tot 7 uur. Als ik daar als kip tussen zou zitten kregen ze wel een vlerk van mij om hun oren.

Stelletje lawaai papagaaien!!!

We zijn toch vroeg wakker, dus we lopen al om 7 uur. Het wordt weer warm vandaag. Er komt geen eind aan. In het dorp lopen we verkeerd omdat we een markering over het hoofd zien , die ergens hoog boven


ons op een hoek op de regenpijp blijkt te staan. Dit kost ons een half uur. Trappen op, trappen af en nog een keer. Onnodige energie verspilling. Je kan n.l. op drie manieren het dorp zuidwaards verlaten. Je moet de middelste mogelijkheid hebben. Niet te hoog, niet te laag.

We dalen helemaal af naar een riviertje en hebben dan een fraai, doch steil bospad omhoog. Later wordt het een brede gruisweg. Dan volgt een smalle balconweg met diepe gaten. Niet echt mijn favoriet. Bij paal nr. 15 - Pas de la Capelette - kan je rechtuit over een smalle graat en dan zeer steil naar beneden - niet voor hoogtevrezers - of gewoon de GR 52 A volgen naar rechts. Ook hier smalle paadjes - maar het gaat. We gaan naar  de Granges de Cuous bij paal nr. 50.

Het bestaat uit één ruïne van een oude boerderij met een heerlijke pruimenboom met eierpruimen. We komen net op het juiste moment langs. Hoe kan hij het zo goed doen in dit kurkdroge gebied??

Bij paal 51 is er een splitsing.

Mogelijkheid 1 = weer terug naar boven naar dezelfde hete helling waar we vanaf kwamen, maar nu iets lager aanhouden op de helling. Dit pad is totaal overwoekerd.

Koos probeert het 20 meter, maar er is geen doorkomen aan.

Mogelijkheid 2 = een goed pad naar beneden volgen, welke regelmatig belopen is. Deze weg is geel gemarkeerd en we besluiten deze te volgen. We komen bij de brug van Fountan, bij paal nr. 52.


Hele fraaie kloof. We lopen voor 90 % door het bos langs een steile helling -maar wel min of meer op gelijke hoogte en we volgen de rivier de Guiou. Een schitterende vallei. Een geweldig mooi en goed belopen pad, wat licht op en neer gaat. Halverwege kom je een waterkanaal tegen. Heel fijn om onze watervoorraad aan te vullen en onze Coco gaat er languit voor liggen.

Bij paal nr. 54 kom je bij een brug op de weg uit. Het is de D 2566 van Sospel naar Col de Turini. We volgen deze weg even naar links en bij paal 55 hebben we de GR 52 A weer te pakken en dalen we rechts langs de weg af. Meteen weer rechts (goed opletten) een klein paadje naar de rivier volgen. Over de bailybrug over de rivier, even naar links en dan rechts een steil pad omhoog nemen tot je bij een weg uitkomt. Dit is een stevige klim naar paal 79. Dan deze rustige weg nog 6 km volgen tot Sospel. Het pad is wel lang, maar loopt relatief snel omdat het vals plat naar beneden gaat.


Om half 4 zitten we op een terrasje bij 32 graden achter bier en cola. De GR 52 A zit er op.

Retour per trein naar Nice en de bus naar St. Martin de Vésubie. De cirkel is weer rond.


Wachten op de boulevard van Nice voor onze bus naar St. Martin de Vésubie.