TOUR DU QUEYRAS - GR 58

GR 58 inleiding


De GR 58 is een prachtig rondje door een heel fraai gebied in Frankrijk tegen de Italiaanse grens aan, ongeveer ter hoogte van Turijn, maar dan aan Franse zijde. 

Wij vinden het de allermooiste Alpentocht die wij gemaakt hebben.

Het heeft meestal beter weer dan de andere Alpengebieden in Frankrijk. 

Helaas kennen veel Nederlanders dit gebied niet, omdat het niet zo gemakkelijk toegankelijk is. Je loopt over vrij hoge passen tot 2900 m, niet zo kinderachtig, maar met goed weer is het goed te doen, omdat de paden over het algemeen prima zijn. De dagetappes hebben vaak hoogteverschillen van 1000 m of meer naar boven en naar beneden, maar voor de doorsnee bergwandelaar moet dat geen probleem zijn. In ongeveer 10 dagen ben je rond, mits het weer meezit. Dit is vaak in juli en augustus wel het geval. Ook september kan nog heel mooi zijn daar. Het enige nadeel is dan dat de dagen flink korter worden, wat voor sommige, wat langere etappes een nadeel kan zijn. 

Ondanks dat de Queyras een regionaal park is, dus ook toegankelijk voor de hond, zou ik afraden deze tocht met de hond te lopen vanwege de patous. Patous zijn grote witte honden, van origine uit de Pyreneeën, die heel log lijken, maar ontzettend snel kunnen zijn in de bergen. De boer of schaapsherder heeft ze aangeschaft als protectiehonden voor de kuddes, die nogal eens worden aangevallen door wolven, vossen of in de steek gelaten jachthonden uit Italië. De patou heeft de opdracht alle hondachtigen te bijten. De patou moet niet verward worden met de bordercollie – zwart/wit – die de kuddes drijven.


De Queyras is 's zomers bereikbaar via Briançon en Col d'Izoard, of via Italië en Col d'Agnel en het hele jaar via Guillestre en Combe du Queyras. Ook in de winter is het een prachtig gebied voor sneeuwschoenlopen. 

Wij zijn 65 en 64 jaar en lopen de tocht met rugzakken van 21 en 19 kg. 

We hebben altijd een tent, een kooktoestel + extra gas, hartkeks, waterzuiveraar  en vijf dagen noodvoer bij ons. Wij zijn volledig onafhankelijk, behalve van het weer. 

Wij hebben een hekel aan het ver tevoren bespreken van refuges, want daar zijn we eigenlijk niet zo dol op. Is er plaats en kunnen we mee-eten, prima, zitten ze vol, dan hebben we onze eigen oplossing. Boven in de bergen wildkamperen vinden wij fantastisch. (bij goed weer). Je beleeft dan echt de bergen en ziet nogal eens wild.

Voor meer informatie over refuges, zie onze inleiding Alpen van de GR 5.  


VOORDAT JE DE TOCHT BEGINT

De mensen die de GR 5 hebben gelopen kennen de Queyras een beetje van Ceillac. Volgens het boekje begint het pad in Ceillac, maar als je om welke reden dan ook halfweg zou moeten afhaken, kan je per openbaar vervoer haast niet terug komen bij de auto, dus is een plaats met een busverbinding (zij het sporadisch) geschikter, zoals Château-Queyras, Abriès of Arvieux. Liften gaat trouwens ook best aardig. De mensen ter plekke weten dat het openbaar vervoer niet zo vaak gaat.

Rondlopen is rondlopen, maakt niet uit waar je start. Dit heeft ook het voordeel dat je de tocht op verschillende plaatsen kunt onderbreken, of een deel in dagtochten kunt doen, waarbij je de tent bijvoorbeeld op de camping in Château-Queyras neerzet.  Dan doe je sommige stukken wel op- en neer, maar dat is geen probleem, omdat de terugweg weer heel nieuwe vergezichten geeft. 

De Queyras is zo mooi.

Op de tocht kom je voldoende gîtes, refuges of wildkampeerplekken tegen. Vóór de 2e week van juli en nà half augustus is er doorgaans wel plaats in de gîtes en refuges. Ook water is overal te vinden (wel zuiveren). Alleen in Arvieux, Château-Ville Vieille en Ceillac  zijn kleine winkeltjes om levensmiddelen te kopen. Tussen de middag dicht van 12.00 uur tot 16.00 uur. 


Zeer hoge variant van de GR 58

In augustus 2013 hebben we nog een paar hoge passen gelopen boven de 2800 m.Voor de liefhebbers volgen hieronder nog de beschrijvingen. Het is er prachtig, mits je heel erg goed weer hebt, met onweer op die hoogte is het niet zo prettig. Met laaghangende wolken en dichte mist heeft het geen zin, dan zie je niets, en kun je zelfs verdwalen.

Aangezien deze passen allemaal op de grens van Frankrijk en Italië liggen en vlakbij de Monte Viso, heb je heel vaak last van de “nebbia” na 12.00 uur. Dat is het vocht wat door warmte optrekt uit de Povlakte, dan bij stijging stukloopt tegen de hoge bergen en na de middag minder tot slechter weer veroorzaakt. - vaak onweer -

Aan het eind van de GR 58 staan de beschrijvingen naar Col de Thures, Col d'Urine, Col de Seillières, Col de Valante, Passo della Losetta en de allerhoogste: Pointe Joanne 3058 m. 

Denk er aan dat de sneeuw soms heel lang kan blijven liggen op grote hoogte en dan kan het pad heel moeilijk worden. Het ligt er aan hoeveel sneeuw er het afgelopen jaar is gevallen. Dit varieert sterk van jaar tot jaar. Zeven meter sneeuw is geen uitzondering. Hier is vanuit Nederland moeilijk informatie over te krijgen.

Misschien kun je de VVV van St. Veran bellen of van Ceillac.


Op de gewone GR 58 zijn een paar lastige stukken,maar lang niet zo moeilijk als bij de GR 52.

Er zijn slechts twee moeilijke stukken op de hele route, maar ze zijn heel goed te omzeilen. 

1. Van St. Véran naar refuge d'Agnel heb je nà Col de Chamoussière (2884 m) een smal pad voor de afdaling met een diepe afgrond, waar tot in juli nog sneeuw kan liggen. 


col d'Agnel

Dit is af te raden voor hoogtevrezers.

Alternatief:

Ga bij punt 8 in het boekje naar rechts richting Col St. Véran, dit is met een bordje aangegeven en het is geel gemarkeerd. Over Col de St. Véran heb je een klein stukje een smal, steil pad aan Italiaanse kant, daarna een normaal bergpad. Nog steeds geel gemarkeerd. Bij het zicht op een boerderij diep beneden, moet je de geel gemarkeerde weg naar links nemen. Deze passeert een ruine van een kazerne en komt uiteindelijk uit op de geasfalteerde weg naar Col d'Agnel. (2744 m) Deze weg omhoog volgen. Dit alternatief is een halve dag langer. Je moet dus wild kamperen of naar de Italiaanse gîte d'étappe Pra Mourel (naar beneden). 25 plaatsen in Chianale. Brigitte.perrimond@ chianale.it 


2. Boven Arvieux

Vanaf Torrent Combe Bonne punt 31 tot 32 is een smalle gruisweg over een kale helling. Kans op glijpartijen.

Alternatief:

Loop van Brunissard over de geasfalteerde weg naar Arvieux ( 1 uur), dan bij het bordje “Alpages de Furfande” rechtsaf en de fraaie bosweg volgen naar punt 32.


DE TOCHT.

Vanwege de sneeuw en de kou in juni 2010 hebben we de tocht na 2 dagen moeten staken. In augustus 2010 hebben we enkele dagtochten gemaakt. In augustus 2011 hebben we de tocht afgerond.

Voor ons was dit simpel op te lossen, we wonen op een uur rijden van de Queyras.


Deel I de sneeuwtocht - juni, 2010


Vrijdag, 18 juni, 2010 -   St. Véran tot nà Col St. Véran in Italië - bivak

Gisteren hebben we onze Coco naar het pension gebracht. Hij kan wel mee, maar we willen geen ontmoetingen met patous, dus is het beter om dit zonder hond te lopen.

We parkeren onze auto om 7.00 uur 's morgens in St. Véran, het hoogst gelegen permanent bewoonde dorp op 2021 m in de Alpen. We lopen dwars door het nog slapende dorp. Aan het eind van het dorp loopt er spontaan een patou met ons mee voor ongeveer een uur. Ik ben stapeldol op honden maar niet op patous. We negeren hem gewoon. Het is maar goed dat we onze Coco niet bij ons hebben. 

We lopen door het dal van de l 'Aigue Blanche, een echt bergriviertje. We gaan geleidelijk omhoog naar de Chapelle de Clausis. In het seizoen begin je hier de hoog alpiene wandelingen, bijv. naar Pic Château de Renard (2989 m) of Pic de Caramantran (3025 m)   

Chapelle de Clausis

Chapelle de Clausis is dan bereikbaar met een klein busje (navette) vanuit St. Véran - dit busje is in juli en augustus verplicht.

Nu lopen we dus in het dal van de Aigue Blanche en hier zijn goede wildkampeerplekken.

Vooraan in St. Veran is een hotel/restaurant Le grand Tetras, middenin is een gîte “Le Perce-Neige http://chezvincentmathieu.free.fr

Sinds 2015 hebben ze een 4****  hotel "Alta Peyra", maar dat is voor de meer gefortuneerden onder ons.

De camping die in het boekje staat aangegeven ligt in Pierre Grosse, ongeveer 5 km van de route, en op 1900 m en in de schaduw, dat is niet praktisch en koud.

.eerste sneeuw

Inmiddels zien wij de eerste sneeuw. We pakken niet de weg naar Col de Chamoussière en refuge d'Agnel, maar gaan rechtsaf richting Col St. Véran. (2844 m). Al snel zitten we tot onze enkels in de sneeuw in een volkomen witte wereld. De markeringen zijn onvindbaar, maar er is een sneeuwschoenspoor in de goede richting. 

Het is verder supermooi weer met een blauwe lucht en een stralende zon, maar waar  is het pad nou?? We zakken inmiddels tot onze knieën in de sneeuw. Het wordt ploeteren. In de verte loopt een groepje mensen met een gids voor een dagtocht op sneeuwschoenen.

Eindelijk op de col kijken we in de diepte naar Chianale en een meertje in Italië. Links van ons is een steil zigzagpad, grotendeels verdwenen in de sneeuw. Onmogelijk om hier af te dalen. We ploeteren wat over de graat naar rechts en zien beneden ons een blokkenveld, zónder sneeuw. We besluiten hier voorzichtig steil door de sneeuw af te dalen richting blokkenveld. Het is keisteil en soms schieten we tot onze heupen in de sneeuw. Je kan dan niet meer bewegen, want je benen zitten klem in een soort kurketrekker beweging. Je moet je dan uitgraven. Een heel geploeter met die grote rugzak op. Na een uur bereiken we het blokkenveld. Dat is een berg grote keien (1 kubieke m) met even grote gaten ertussen. 

Ik doe mijn rugzak af en behoedzaam klauteren we naar beneden tot een sneeuwplek van ongeveer 20 cm diep. Daar legt Koos zijn rugzak af en kruipt opnieuw omhoog om mijn rugzak te halen. Na een half uurtje gaan we weer ieder bepakt verder door de sneeuw. Uiteindelijk komen we uit op het pad. 

Een steil pad naar beneden met af en toe een sneeuwveldje. Als we onder ons een boerderij in de diepte zien liggen, vinden we een klein vlak stukje gras naast het pad, groot genoeg voor de tent. 20 m terug drupt wat water van de helling, genoeg om het in het opblaasbaar afwasteiltje op te vangen voor wassen, koken en drinkwater zuiveren. We zitten ongeveer op 2300 m. Het is niet warm. Het lijkt wel winter. Er staat een ijskoude  wind die over de sneeuw naar beneden waait. We kruipen maar vroeg ons tentje in. 

Buitensportondergoed aan + pyama + fleecejack en sokken en dan nòg rillen in je donzen slaapzak. De wind wakkert aan in de avond en komt onder de tent door. Het slaapt niet geweldig.


Zaterdag, 19 juni, 2010 - bivak boven  Chianale - Italië, naar Col Vieux

Om 6 uur op. De lucht is blauw en de wind is gaan liggen, gelukkig. De zon is nog niet bij de tent. Wassen is een koude bezigheid. Gauw aankleden. Ik doe hoopvol een korte broek aan. Koffie maken, mueslireep eten en tent inpakken. Koos is aan het water zuiveren en krijgt helemaal bevroren vingers. We lopen verder naar beneden via de gele markering en moeten dan links omhoog naar een ruïne van  een kazerne of zo. We rusten even in de eerste zonnestralen. Hè, da's lekker warm. We kijken op de weg van Col d'Agnel, die beneden ons loopt.


Monte Viso

We zien de Monte Viso (3841 m) in volle glorie met een witte jas aan. Glinsterend wit ligt hij te schitteren in de zon. Prachtig is dat. We dalen af naar de weg en lopen dan op de weg weer naar boven richting Col d'Agnel (2744 m). Tot 3 x toe zoeken we links opzij van de weg een voetpaadje, maar steeds lopen we klem in de sneeuw, of bij een riviertje, die te breed en te diep is om over te steken. Het is geen doen.

Dan maar de lange weg over de straat volgen met zijn asfalt en alle haarspeldbochten. Een heel enkele Italiaanse auto passeert ons. Het is nog vroeg en bovendien is de col pas een dag open. Hoe hoger we komen, hoe meer sneeuw. We lopen nu door een 3 m hoge muur van sneeuw. Ergens opzij van een haarspeld is in de binnenbocht een stukje sneeuwvrij en kunnen we op de grond  ontbijten met hartkeks en jam. Deze weg is eigenlijk heel steil en smal,vooral aan Italiaanse kant, met ook flinke afgronden. 's Zomers kunnen twee campers elkaar hier niet passeren. De vangrail is er niet, of ligt half los. Griezelig. Op de motor is deze weg goed te doen, maar met de auto in het hoogseizoen hoef ik hem niet. 

Hier en daar zien we mensen skieën. Hallo, half juni is al voorbij hoor en de winter allang (dachten wij).

Tegen 12.00 uur komen we boven op de col. Koùùùùd!!! Een ijswind van de Franse kant blaast ons zowat van de sokken. Enkele mensen, staand naast hun auto op  de col zeggen: Vous êtes courageux – Jullie zijn moedig. Ja, ja, dat zijn we ook. Ik kan van de kou mijn loopstokken nauwelijks vasthouden. Wie denkt er nu aan  handschoenen op 19 juni? Ik ben zowat bevroren in mijn korte broek en T-shirt. 

We staan in een volkomen witte wereld en diverse mensen zijn volop aan het skieën om ons heen. We zijn hier toch niet op 19 februari? We dalen af over de weg naar de grote refuge van Col d'Agnel, in de hoop op iets warms. Een lekkere kop koffie of zo in een behaaglijk warme ruimte. Misschien kunnen we er ook iets warms eten. Mooi niet. De refuge is nog dicht. Ze zijn aan  het poetsen voor een bruiloft vanavond. Wie gaat er hier nu trouwen in die kou?? 

We kleden ons om op het terras buiten. Lange broek en fleece jas en daar overheen onze regenjas. De lui van de refuge hebben medelijden met ons. Willen jullie een kop soep? Voor 5,- euro per kop? Heel graag. Je moet het wel buiten eten. Geeft niet, ontdooien is belangrijker. Na een half uurtje gaan we opgewekt weer verder met een warme buik. Nu moeten we omhoog naar Col Vieux op 2806 m. 

We zakken weer tot onze heupen in de sneeuw en moeten ons er steeds weer uitgraven. We kunnen het pad niet vinden. Alles is wit. Weer skieërs om ons heen. Ergens stroomt een rivier. Daar moeten we niet inzakken. Dan kom je er niet meer uit en je raakt onderkoeld. Zijn we eigenlijk wel verstandig bezig?? We willen vannacht ook nog  wild kamperen. Moeten we hier eigenlijk wel mee doorgaan?

Ik begin hard te twijfelen, maar ik wil geen mietje zijn, dus ik houd mijn mond. Koos durft niet door te steken bij de rivier, die onzichtbaar is. We gaan terug. Misschien loopt het pad aan de andere kant van de rivier. We spreken een paar mensen. Het gaat vannacht flink vriezen en ook sneeuwen. In juni? Ja, in juni.

We kappen er mee. Doorgaan is onverantwoord. Dan maar over de weg teruglopen naar St. Veran. 30 km. Het is niet anders. Na een kwartier lopen steek ik mijn duim op als er een auto nadert. Hij stopt direkt. Een aardige dame neemt ons mee tot Pierre Grosse. Daar is een gîte. Kunnen we morgen verder naar St. Veran. Prima idee. Maar Koos wil niet naar de gîte. Het is pas 4 uur en we kunnen nog best wel een eind lopen op het hoge pad naar St. Veran, dat is nog een kilometer of 5. Oké, doen we. Hier geen kans op een lift, het is een boerenpad. Na 10 minuten lopen hoor ik een auto achter ons aankomen. Ik steek mijn duim op. Hij stopt.

Franstalige Belgen in een Italiaanse huurauto komen van het vliegveld in Turijn en gaan naar St. Veran. Wat een bof, we mogen mee. We zijn mooi op tijd bij onze auto en keren terug naar ons onderkomen aan het Lac Serre Ponçon. Nu eerst een warme douche en morgen de hond halen. 

Deze zaterdag bleek de koudste junidag in 300 jaar, hoorden wij later. 

We besluiten 3 dagen later om Tour Lac de Serre Ponçon te gaan lopen met de hond. Er is geen boekje van, maar je kan hem lopen op kaart en hij is gemarkeerd. Het weer slaat om. We hebben elke dag 30 graden en veel last van onweer.


Deel II. Dagtochten augustus, 2010


Begin augustus 2010 zetten we de tent op , op de camping in Aiguilles in de Queyras. Een simpele camping met het hoogst noodzakelijke. Veel plaats tussen de bomen en bij de rivier de Guil. Hij kost 3 x niks en hij raakt nooit vol.

Het is op dit moment zó heet dat we wat verkoeling zoeken in de hoge bergen. 

We besluiten om een deel van de GR 58 in dagtochten voort te zetten, onze
Coco – Schotse collie – gaat mee. 


Dagtocht 1 -   Van Col d'Agnel naar Lac Egorgeou v.v.

We rijden naar Col d'Agnel in alle vroegte. Er staat een gems op de weg. We houden in totdat hij aan de overkant het bos in duikt. Het is nog fris en stil op de col. We kunnen nu duidelijk het pad vinden

in de alpenwei, aan de andere kant van de rivier, omhoog naar Col Vieux. (Dit in tegenstelling tot de vorige keer, toen er meters sneeuw lag). We lopen over de col naar beneden naar het Lac Foréant  en Lac Egorgeou. Het is hier heel erg mooi.We kunnen heerlijk picknicken tussen de bloemen en de alpen marmotten. 


Alpen marmot

Hier zijn ook wildkampeerstekjes genoeg. Daarna gaan we weer op tijd 400 m terug omhoog naar Col Vieux, er komt een donkere lucht uit Italië opzetten. Onweer? We komen nu dagjesmensen tegen op teenslippers en ze plukken bloemen. Wat zonde.




Dagtocht 2 - Van Echalp naar Lac Egorgeou v.v.

We rijden heel vroeg naar Ristolas en Echalp. We parkeren de auto aan het einde van de weg bij de houten brug over de rivier de Guil. De Guil steken we over en we klimmen flink omhoog. Eerst is het een soort Romeins geplaveid steil pad. Later zandpad. Het is hier echt prachtig. Plotseling springen twee patous achter een muurtje vandaan. We schrikken ons wezenloos. Koos weert ze af met de loopstokken en ik loop vlug met Coco door. Gered, ze geven op. 

Gelukkig, dat waren bange momenten. Later zien we spelende gemzen op de helling en een prachtige, nog steeds witte Mont Viso. Dit is werkelijk een supermooi pad tot aan Lac Egorgeou. Echt om nogmaals te doen. Bij de picknick aan het meertje is het druk. Overal zitten groepjes mensen. Het blijken Tsjechen te zijn. De bus heeft ze gedropt op Col d'Agnel en haalt ze weer op bij l'Echalp.

We dalen af temidden van de Tsjechen. Van de patous hebben we gelukkig geen last meer. De schaapherder is bij ze en ze staan met de kudde schapen wat verderop. Wat een mooie tocht hadden we vandaag. Echt geweldig. Eén der  mooiste tochten van de Franse Alpen.


Dagtocht 3 -  Abriès – Abriès in een rondje.

We zetten de auto in Abriès-La Garcine tegenover een (ongezellige) camping en lopen omhoog naar Collette de Gilly, dan richting Val Préveyre en vervolgens weer naar Abriès. De route begint tamelijk steil en het is hier en daar even zoeken naar het goeie pad. Het eerste deel is geel gemarkeerd en loopt rechts van een rivier. Bij een eindstation van een skilift hebben we weer rood/wit, rechts omhoog bij een hooggelegen bankje. Na Collette de Gilly (2366 m) dalen we af in een prachtige vallei vol bloemen. 


De schapen zijn hier nog niet geweest. Vervolgens lopen we door een fraai bos vol bloemen. Het is echt een bloemenwandeling vandaag. 


Turkse lelie

Schitterend. Uiteindelijk terug in Abriès pikken we een terrasje en dan moeten we nog even naar de auto lopen bij la Garcine. Het was heel erg warm vandaag.


Dagtocht 4 - GR 58 D -Crête de Gilly (hoge variant).

We zetten de auto in La Monta. In de oorlog hevig gebombardeerd en daarna getroffen brand en een lawine. Alleen het kerkje en het douanegebouw staan er nog. Het douanegebouw is nu een gîte. Van horen zeggen is de gîte niet best en kan je hem beter overslaan. Als je op de parkeerplaats staat en naar het kerkje en de bergen kijkt, begint de wandeling aan de linkerkant van de parkeerplaats. We lopen in slingers omhoog naar de crête. Het is geen enge crête. De graat is vrij breed en prima te lopen, ook voor hoogtevrezers.


crete de gilly

We hebben weer een fenominaal uitzicht op de Mont Viso en op de bergen van de Queyras. Een prachtige tocht voor vergezichten. Hij hoort in de top drie van de Alpentochten, wat mij betreft. Wat is de Queyras toch mooi.

Ons hoogste punt is op 2584 m, moeiteloos bereikbaar. Aan het eind hebben we een steile afdaling naar Collette de Gilly. Pas op voor glij-en! Daarna lopen we vrij steil over de GR 58 naar beneden naar Ristolas. Halfweg ligt links nog een piepklein maar mooi meertje. Mooie wildkampeerstek. In Ristolas steken we de weg over en de brug over en langs de Guil lopen we enigszins golvend omhoog tot La Monta. Weer de brug over en de weg over en bij de gîte nemen we een cola op het terras. Het is er druk.


Dagtocht 5  Van l'Echalp naar Col de la Croix en retour naar La Monta.

Vandaag zetten we de auto in l'Echalp en lopen de GR 58 B naar Col de la Croix (2299 m) en nog een stukje door Italië in. Daarna gaan we retour via de GR 58 C naar La Monta en dan weer langs de Guil retour naar de auto in l'Echalp. Rond de middag zijn we al klaar met een best wel aardige wandeling. Maar het is meer een pad voor hoogbejaarden. We kwamen diverse krasse oudjes van in de 80 tegen. Boven op de col stond een heel zangkoor van 60 personen. Het moet niet gekker worden in de bergen. Het wordt hier veel te druk, we gaan naar huis.



Deel III - de voltooiing augustus 2011 - hittegolf


In augustus 2011 maken we onze Tour de Queyras  af van Abriès naar St. Veran. We hebben zeer fraai weer tijdens deze tocht en beleven geen rare avonturen, zoals vorige maand op de GR 52. Dus echt spannend wordt het niet, wel mooi.

We hebben zware zakken bij ons van 22 en 21 kg, goed vol met warme kleding, die wij zo ontbeerden op de GR 52. Een ezel stoot zich maar één keer aan dezelfde steen, we laten ons dit keer niet meer bevriezen. (Is ook niet mogelijk, want nu lopen we in een hittegolf.)


Vrijdag, 19 augustus, 2011 -   Abriès - bivak na Col de Malrif- bivak vóór Les Fonts de Cervrières


Precies een maand geleden – 19 juli – stonden we in een sneeuwstorm mèt onweer op Baisse de Basto in de Mercantour – GR 52. Vandaag hebben we de GR 58 weer opgepakt met stralend weer en het wordt 32 graden.  


We gaan vroeg op pad en parkeren de auto in Abriès om 7.45 uur. Het is pas 14 graden. Na een half uurtje lopen we al in de zon en het is al warm. We hebben een prachtig pad. Er zijn ook flink wat mensen op pad. We worden steeds gepasseerd. Meestal door dagtocht lopers met een klein rugzakje. Tja, het vedergewicht vliegt voorbij. Wij zijn flink geladen en gaan langzaam omhoog. Na de ruïne van Malrif zien we fraaie wildkampeerstekjes, langs de rivier de Malrif. Een stel met een Australian shepherd  heeft er gekampeerd. De hond draagt 2 zakjes eigen voer met een tuigje. Hij spurt rond en heeft er totaal geen last van. Wij hebben onze Coco in pension gedaan,  omdat we te bang zijn voor patous. Na “les Bertins”moeten we flink steil omhoog. 

Boven tegen de bergflank is een grote kudde schapen. Na goed zwoegen zijn we rond de middag boven bij het Lac du Grand Laus.

Lac du Grand Laus

Overal zitten mensen te picknicken. We zijn best wel moe en blijven drie kwartier zitten. Er staat een koud windje bij het meer. Daarna gaan we verder met de klim naar de col. Die valt reuze mee. In drie kwartier zijn we boven. We zitten op 2830 m. Het is een smalle col en je kunt er net zitten. Je kunt nog verder omhoog naar de Pic de Malrif op 2906 m, maar wij vinden het hier ook prima. 

Malrif

We hebben een prachtig uitzicht op het meer en de bergketens van de Queyras.  En natuurlijk op de Mont Viso, met zijn ruime 3840 m een dominante factor in de Queyras bij helder weer. Je kan alle kanten op heel ver kijken. Op de crête vanaf de pic naar het meertje loopt een grote kudde schapen met bordercollies en herders. Hoe is het mogelijk dat ze daar kunnen lopen en wat vinden ze nu toch te grazen tussen de keien? We blijven een half uurtje zitten. Het is hier zo mooi. 

De afdaling is zeer steil tussen platte glij-keien. Van bovenaf is het pad goed te volgen, andersom zal het een aardige puzzel zijn. Sommige stukken daal ik af op mijn achterwerk, anders ben ik bang voorover te gaan. Begin juli, als hier nog sneeuw ligt, zal dit wel een hele moeilijke col zijn. Nu is hij gelukkig goed te doen. We komen in een lange fraaie vallon van de Pierre Rouge. Ruim vóór Les Fonts zoeken we een plat stekje voor de tent voor vannacht. Het is mooi geweest. We zitten lekker tot 20.00 uur in de zon. Heerlijk. Fijne bivak aan de rivier.


Zaterdag, 20 augustus, 2011 - bivak  Les Fonts de Cervrières - bivak voorbij Souliers

Om half zeven stap ik de tent uit en komt de eerste loper boven ons al voorbij. Hij loopt nog in de schaduw het pad te zoeken en ziet ons helemaal niet beneden staan. De hemel is kraakhelder. Om 8.15 uur gaan we op pad. Eerst verder de fraaie vallon naar beneden naar Les Fonts de Cervrières. 


Fonts de Cervieres

We zien het na een half uurtje lopen al liggen met een vol parkeerterrein. Er staat zelfs een camper en er staan pakezels bij de refuge. Om 9.30 uur zijn we bij de splitsing naar Col de Péas en het bruggetje naar de gîte.

We besluiten daar niet te gaan ontbijten, maar direkt naar de col te lopen. Om 12.00 uur zijn we boven. Col de Péas (2629 m) is een grote brede col met  alpenweides. Overal is het groen, overal is water. Een stukje van de col af gaan we picknicken. Het is warm.Een zacht briesje geeft wat verkoeling. Wildkampeerplekjes te over. We gaan verder richting Souliers. Volgens het internet is daar een goede gîte met een prima keuken. Daar willen we overnachten en mee-eten als er plaats is.

Nu volgt een lange, lange afdaling door kaalgevreten alpenweides. Eind juni /begin juli, als de sneeuw nèt weg is, en de schapen nog niet geweest zijn, dan zal het hier wel heel erg mooi zijn met bloemen. Nu is het alleen maar groen, groen, groen. Een beetje saai. We gaan verder over een balconpad langs een steile helling. Het is eigenlijk meer een panoramapad. We kijken mooi op de Mont Viso en ook op Pic de Caramantran (3025 m), waar we eind juni stonden met een dagtocht in de sneeuw en waar we een prachtig uitzicht hadden op het Mont Blanc massief.


Mt Blanc massief

Het groene pad gaat uiteindelijk over in een bospad langs een hele steile helling. Het is heet, ik denk wel 40 graden. Geen zuchtje wind en de mussen vallen zowat dood van het dak, zó heet. Dan krijgen we een eindeloos slingerpad dalend door het bos. Ik heb het aantal haarspeldjes niet geteld en het loopt ook wel makkelijk, maar het gaat maar door. Eindelijk komt Souliers in zicht. We gaan hoopvol naar de gîte.

Pech gehad. Madame heeft wel een aparte kamer voor ons, maar geen eten. Er komt vanavond een grote groep jongeren eten en daar past niemand meer bij. Tja,  wederom door de commercialisering worden de echte lopers weggestuurd ten faveure van geld verdienen aan een groep die per auto één avondje komt eten. Zo gaat dat tegenwoordig. Het zij zo. We zien het steeds weer. We nemen een colaatje en trekken verder in de hitte.

Aan de andere kant, moeten de mensen in de refuge of gîte hun geld verdienen in 2 à 3 maanden, genoeg voor het hele jaar en het is hard werken, 18 uur per dag, zeven dagen in de week. Zonder hen zouden de refuges helemaal niet meer bestaan en dan wordt een trektocht door de bergen een stuk lastiger.

Het is werkelijk bloedheet op het boerepad na Souliers. Geen wolkje aan de hemel. Het is droomweer. We lopen op ons gemak verder en kijken ondertussen uit naar een geschikte bivakstek. Al snel hebben we die gevonden aan de linkerkant van de weg aan de andere kant van de rivier, achter een paar bosjes op een alpenwei. Het is pas half vijf en we liggen languit in het gras niets te doen. We hebben een schitterend uitzicht. Later blijkt er achter ons nog een pad te lopen naar het Lac du Roue (kennen we van de GR 5), langs een water kanaaltje. Eerst maar weer noodvoer koken.

Wat eten wij vanavond? Cup-a-soup Chinese kip en Knorr Carbonara met kaas en spek. Nescafé mocca toe. Tegen 19.00 uur zetten wij de tent op. We genieten van de diverse bergketens in de ondergaande zon. Een prachtige bivakstek.


Ondergaande zon


Zondag, 21 augustus, 2011  bivak nà Souliers - Brunissard

Na ons "geweldige" ontbijt met hartkeks en jam en koffie, gaan we om half negen weer op pad. Het is weer superweer. Geen wolkje aan de lucht, geen windje. Nog wel ochtendfris, want de zon schijnt nog niet in dit smalle dal. De half verharde weg wordt keisteil en het is een hele klim. De bergerie is verhuurd aan vakantiegangers uit het district Marseille. Ze hebben  terecht een 4 x 4 nodig om hier te komen. Met een gewone auto kom je niet omhoog, of je blijft met de bodemplaat steken want in het pad zijn diepe sporen. Voorbij de bergerie beginnen we aan een aangenaam pad door het bos omhoog in haarspeldjes naar Col du Tronchet (2347 m). Weer een col om overheen te vallen, zo smal. 

We hebben een mooi uitzicht op Brunissard. De wegwijzer staat een beetje scheef. Pas hier op. Pak niet het smalle pad rechts van de col, want dan ga je hoog over een crête over een soort geitenpad richting meertje. Nee, na eerst fout gelopen te zijn, dalen we af over het bredere pad welke de GR 58 is, al staat dat pas veel later gemarkeerd. Na ongeveer 1 km komt de afsplitsing naar het Lac de Souliers. 

Het is duidelijk een dagtochtje voor veel toeristen vanaf de parkeerplaats van Casse Déserte, want het is er keidruk. Wij zijn nieuwsgierig. Een uurtje op en neer in die hitte, is dat het waard? Och, je kunt het best wel overslaan, je mist er niet zo veel aan, maar wij doen het wèl en we hebben er een aardige picknickstek aan het water en zitten ons te verbazen over al die toeristen.

Daarna lopen wij weer terug naar de splitsing en verder over de GR 58. Je hoort de herrie van de D 902 Route des Grandes Alpes naar de Col d'Izoard.  


Col d'Izoard

Het is zondag, dus de weg is stampvol motorrijders en campers. We steken de weg over en dalen keisteil af. Oppassen. Rolsteentjes. We vervolgen ons pad door het bos. Hier en daar is een hele smalle passage van een paar meter, met een diepe afgrond. Dat is veroorzaakt door een paar lawines. De hellingen zijn hier heel instabiel. Daarna volgt nog een lange hete weg over allerlei puinhellingen. We kennen dit pad van de winter met een prachtige sneeuw schoenwandeling door de vallon omhoog naar Col d'Izoard. Het is er dan heel stil op de col, want dan is  de D 902 afgesloten. Er is dan een langlaufloipe (ski de fond) over de weg. 

Met 5 m sneeuw heb je minder last van de puinhellingen, wel moet je dan erg oppassen voor lawines. Nu zijn deze puinhellingen heel glijerig, pas op je enkels, houd ze heel. Voorzichtig dus. 

Het is in Brunissard zeker 40 graden. We gaan naar het restaurantje aan de weg van de camping en nemen cola, bier en 2 colonel = citroenijs met een royale scheut wodka. In dit geval veel wodka met een beetje citroenijs. Heerlijk.

Daarna moeten we nog 2 km over heet asfalt lopen naar een prima camping in het bos. (Le Planet). We kennen deze al van de GR 5, die loopt hier langs.
Na twee keer bivak is het nu heerlijk om te douchen en dan te relaxen voor de tent. Vanavond gaan we eten in het restaurantje. Even wat anders dan noodvoer.


Maandag, 22 augustus, 2011 - Brunissard - refuge du Furfande

Slecht geslapen. De camping is muisstil, maar helaas niet alle mensen. Er zijn er bij die 's avonds gewoon de auto een half uur stationair laten draaien, dan kan je mooi in het licht van je koplampen je tent opzetten en dat soort dingen. 

Bovendien was het erg warm vannacht. Zelfs op 1750 m en in het bos, aan een rivier.  Nog ver boven de 20 graden. Dat hebben we nog nooit meegemaakt in de bergen. Een echte canicule dus (= hittegolf). Maar ook hier had het 3 uur gesneeuwd op 19 juli. Maf weer. We hebben al weer een mooie ochtend. 

We worden vroeg wakker, omdat die zelfde herriedames van gisteravond al pratend de boel weer inpakken en honderd keer de portieren open en dicht gooien. Daar hebben zij toch geen last van? Zij zijn zo weg. Rekening houden met een ander? Ben de gek.

We vertrekken om half negen met vers stokbrood in de rugzak en een vers croissantje in de hand. Wat een luxe. Eerst weer ruim 2 km van de camping af lopen en dan nemen we de asfaltweg naar Arvieux. Ik heb de kaart goed bekeken en durf het stuk van de crête de l'Echelle niet, boven Arvieux. Geen punt, er is een goed alternatief. Het is nog stil op de weg en in een uur zijn we in Arvieux. Daar moet je naar rechts bij het bordje: “Alpages de Furfande 10 km”. Er staat geen markering. 

Die staat pas later op de route. (Als je boodschappen nodig hebt, moet je 50 m doorlopen het dorp in, daar is een klein levensmiddelenwinkeltje). We lopen nu door een fris bos in de schaduw, weliswaar over de weg en later


Morgenster

over een halfverhard hotsknotspad, maar het loopt niet verkeerd. Na een uurtje zijn we op hetzelfde punt (32) als de originele route. Koos gaat nog even kijken zonder rugzak of hij iets moois gemist heeft aan de originele route en ik praat met Jennifer uit Australië, die met een kleine rugzak een half uur met de schrik in haar lijf had gelopen over dat pad. Smal en glij partijen, niet leuk. 

Daarna vervolgen we de route over een klein paadje door een mooi bos en zelfs nog langs een felgroen meertje, dat niet op de kaart staat. Dan komen we bij een mooi plat stuk in het bos met een riviertje er langs. Ideaal voor wildkamperen. Maar wij lopen verder. We hebben gisteren refuge de Furfande besproken omdat we onweer verwachten. Beter het zekere voor het onzekere nemen.

Bij Cabane du Plan du Vallon (2050 m), staan twee picknicktafels. Jennifer zit met haar rug naar ons toe aan de ene, en wij aan de andere picknicktafel. We horen een grote club schapen in het bos en ineens komt er een patou aan. Hij komt zelfs naast ons liggen. Hij ziet er mager uit. De herders geven ze niet best te eten. We zijn dolblij dat onze Coco in pension zit, want het is geen feest als hij bij ons zou zijn met die patou. Dan was het vast slecht met onze Coco afgelopen. We negeren de patou en hij gaat naast ons liggen slapen. Ik heb het er niet op en durf niet te bewegen. De kudde trekt verder en ineens gaat de patou ook verder. Wij gaan omhoog naar de Col de Furfande (2500 m), 


Col de Furfande

dus nog 500 m te gaan. We lopen nu door afgegraasde alpenweides. Het is wederom bloedheet, meer als 30 graden en benauwd. We doen het op ons gemak. We hebben de tijd. Je mag niet te vroeg bij de refuge aankomen en gelukkig hebben we geen grote etappe met die hitte. Op de col waait het keihard, het stormt. Het is er frisjes en wij vinden dat wel verkoelend. We besluiten nog een toertje extra te doen langs de Granges de Furfande over de GR 541. 


Granges de Furfande

Het is ongeveer 40 minuten om. Hier loopt de hoogst gelegen  koeienkudde. De koeien komen uit Arvieux en omgeving. Elk voorjaar worden ze hier naar toe gebracht en elk najaar weer teruggehaald. Bij slecht weer gaan ze zelf naar hun eigen grange (= hutje). In de verte hangen zwarte wolken. Zou er onweer komen? 


Refuge Furfande

In de refuge krijgen we twee matrassen aangewezen in de bovenste Ikea stelling. Niet gaan plassen vannacht, want je valt in het donker gegarandeerd op je bek van dat laddertje. Bovendien moet je buiten nog 50 m lopen voor je bij het toilet bent. Een keurig toilet overigens. We zitten nog lang buiten op een bankje te genieten van het prachtige uitzicht over alle bergketens. 

Onweersbui

Links van ons is rond 6 uur een onweersbui, je hoort zelfs het rrrrrrsj van de bliksem, maar wij houden de zon. Er staat wel een koude harde wind. Furfande = koude plek. Het eten is zeer matig in de refuge, maar dat overleven we ook. Aan het eind van het seizoen is de spoeling dun, letterlijk. De helikopter heeft eind juni spullen gebracht en daar eten we nog van.