GR 52 – Traversée du Mercantour - vervolg

 

deel I - the light version

deel II - in 5 dagtochten


In juli 2017 willen we nog weer een keer terug naar de Mercantour. In juli, 2011 hadden we niet zoveel geluk met het weer, daarom willen we nog een keertje een poging wagen.

Inmiddels heb ik een gebroken rug (val van de trap) en een geknakte rug (verkeerd tillen van een wasmachine), dus ga ik met een flinke rugzak op van 18 kg even oefenen in de bergen om te hoek. ( wij wonen aan het Lac de Serre-Ponçon). Na anderhalf uur kom ik erachter dat ik niet meer met een grote rugzak op door de bergen kan. De limiet is bereikt. Door het gewicht kan ik mijn benen niet meer goed omhoog krijgen. Daarom willen we nu een aantal dagtochten gaan doen, want met een dagrugzakje van 8 kg kan ik prima lopen.


Aangezien we nu alle zijden van de Mercantour hebben gelopen, hebben we een aardige indruk van het gebied en kwamen we op het idee om jullie diverse mogelijkheden aan te bieden om dit gebied te leren kennen. We hadden n.l. al voor onszelf een trektocht Light Version uitgezet voor rugzak en tent.

De GR 52 is een erg ruig en moeilijk gebied, met moeilijke passages, veel blokkenvelden en zeer veranderlijk weer. ‘s Morgens fantastisch weer, om 12 uur wolken, om 3 uur onweer. Alle vocht uit de Middellandse Zee stuwt hier tegen de bergen aan en condenseert.

In de Vallée des Merveilles staat de Mont Bego die voor 80 % uit ijzer bestaat, en die is de schuld van het zeer vele onweer dat hier 's middags is. 

Vanwege al deze factoren is de gewone GR 52 niet voor iedereen geschikt. Voor deze mensen hebben wij 2 varianten: the light version, waarbij je wel bijna de hele trektocht doet maar de allermoeilijkste  passages vermijdt, en daardoor niet in de problemen hoeft te komen, en de dagtochten, waarbij je vanuit een vaste standplaats in de buurt, het gebied in rijdt en daar een dagtocht begint. Voor elk wat wils dus.


Deel I - the light version


Bij de light version ga ik er van uit dat je met een lichte rugzak loopt, zonder tent en dat je onderweg overnacht in hotels, gîtes en refuges. Denk eraan de refuges van te voren te bespreken, want ze zijn gauw “complet”. En er is op zo’n plaats geen andere keus. Je moet dus in staat zijn de overnachting te halen. Bij twijfel: heel vroeg beginnen.


De eerste etappe van St. Dalmas de Valdeblore naar Boréon en de laatste etappe van Sospel naar Menton zijn hele lange, taaie etappes van ruim 9 uur lopen. Je zou er voor kunnen kiezen deze etappes over te slaan.

In dat geval rijdt je naar Boréon. Laat daar je auto staan bij de gîte of hotel, en je loopt de tocht.  Retour met trein en bus en van St. Martin de Vésubie pak je een taxi of ga je liften naar Boréon.  Misschien rijdt er soms wel eens een bus.

Van Sospel naar Menton rijdt een trein. Dan met de trein naar Nice en om 17.00 uur gaat er een  bus nr. 730 naar St. Martin de Vésubie – duur 2 uur, kosten 1 euro.

Zie verder bij réseau TAM www.c906.fr/transport en bij www.lignesdazur.com.


Op de light version en ook op de dagtochten vermijd je moeilijke blokkenvelden en de 2 zeer lastige passen: Pas de Mont Coulomb en Baisse de Basto.


Voor de light version heb je wel het boekje van de GR 52 – Traversée du Mercantour nodig, alsmede de blauwe IGN kaart Vallée de la Vésubie 3741 OT

Voor de dagtochten heb je bovenstaande nodig + IGN kaart Vallée de la Roya 3841 OT.

Allemaal verkrijgbaar bij reisboekenwinkel Het Landschap in Eindhoven, ook via internet.


Het voordeel van deze kaarten is, dat overal nummers op staan, die corresponderen met de nummers op de bordjes onderweg. Zo kan je van te voren met een marker al je route uitzetten.


Dag 1  St. Dalmas de Valdeblore – Boréon

Hierbij loop je volgens het boekje. Pas op in St. Dalmas de Valdeblore. Er lopen 2 rood/witte routes in en uit St. Dalmas. Pak de route pal noord. Vroeg beginnen. Het is een lange route met veel hoogte verschillen. In Boréon is een gîte d’étappe en een hotel/restaurant. .       


Dag 2 Boréon – Klooster Madone de Fenestre

Hierbij loop je volgens het boekje. Het is een schitterende tocht. Kans op het zien van gemzen.

De tocht is niet zo lang. Ongeveer 6 uur. Kan je even bijkomen en kijken waar de route morgen begint. Onderaan de gebouwen nr. 357 richting Pas de Mont Coulomb. De refuge tevoren bespreken, dit is de enige mogelijkheid


Dag 3 Madone de Fenestre – Lacs des Prals – Baisse de Prals – St. Grat (Gordolasque)

Start bij nr. 357. Je loopt nu onze dagtocht 5. Je gaat naar nr. 359 en dan naar nr 367.

Hier ga je rechtsaf omhoog naar Baisse de 5 lacs. Naar beneden tussen de meertjes door en verder naar beneden naar een hele grote grasvlakte met koeien tot nr. 364. Dan weer links omhoog naar nr 365 Baisse de Prals. Hier ga je linksaf en vervolgens steil naar beneden naar  St. Grat, nr. 275. Hier linksaf de weg volgen naar één van de 3 gîtes d’étappes. Ongeveer 6 uur lopen. Als je morgen dag 4 wilt doen op en neer naar refuge de Nice, dan moet je 2 overnachtingen boeken.


Dag 4 St. Grat – Pont du Countet – refuge de Nice – heen en weer

Je loopt naar het eind van de weg bij Pont du Countet, nr. 411 (2 km). Je gaat hier rechtuit.

Nu loop je onze dagtocht 4. Je loopt door een prachtig dal via nr. 413 en 414 en 416 naar 417 naar refuge de Nice. Gemzen mogelijk. Steenbokken kleven tegen de stuwdam om zout (cement) te likken. Ook wilde paarden. 6 uur lopen. Zeker een aanrader.

Dag 5   St. Grat – Col d l’Arpette – refuge des Merveilles

Je loopt naar het eind van de weg bij Pont du Countet. Je gaat hier rechtsom nr. 412.

Je loopt onze dagtocht 3. Je hebt hier kans op gemzen. Op de Col de l’Arpette kan je mooi langs de meertjes naar refuge des Merveilles kijken. 6 uur lopen.

Als je morgen de wandeling naar Lac de Basto en verder wilt maken – echt een aanrader bij goed weer – moet je 2 nachten boeken in refuge des Merveilles.


Dag 6   Refuge des Merveilles – Baisse de Valmasque – Lac de Basto – Lac Vert – heen en weer

Je loopt nu op kaart. Ook een beetje op het boekje en op onze dagtocht 2.  Je gaat noordwaarts en volgt de nrs. 92, 93, 94, 95, 96 en eventueel 97 richting refuge de Valmasque. Een prachtige route langs fraaie meertjes en kans op gemzen. Houdt de tijd in  de gaten en loop op tijd terug. Ongeveer 6 à 7 uur. Als het enigszins kan, mag je deze dag niet missen.

Dag 7 Refuge des Merveilles – Authion – Camp d’Argent, eventueel Col de Turini

Je loopt volgens het boekje. Overnachtingsmogelijkheden in Camp d’Argent en 2 hotels op Col de Turini. Hotel/restaurant Les 3 Vallées is een aanrader met een uitstekende keuken. Ongeveer 6 uur lopen.


Dag 8 Col de Turini/ Camp d’Argent – Sospel

Je loopt volgens het boekje. Houdt er rekening mee, dat je nergens water kan tappen en er nergens een uitspanning zit. Je loopt zowat de hele dag over de crête. Wel vele fraaie uitzichten en de Middellandse Zee is in zicht in de verte. Ongeveer 7 uur lopen.

Sospel is een heel leuk plaatsje met diverse voorzieningen. Diverse terrasjes en een fantastische pizzeria La Picoune en 2 kruideniers winkeltjes.


Dag 9 Sospel – Menton

Je loopt volgens het boekje, maar het venijn zit in de staart. Het is een flink eind kleunen naar Menton. Zeker 9 uur lopen excl. rust. Start vroeg. Pas op in Sospel, er lopen daar heel veel rood/witte routes naar alle windstreken. De Gr 52, Gr 52 A, GR 51, allemaal in- en uit. Goed opletten. Nr. 108 en 105 moet je hebben. En dan kom je eindelijk in Menton. Heerlijk mediterraan.

Allerlei terrasjes en restaurantjes aan de boulevard. Geniet er van.



Deel II   5 dagtochten


Onze hond gaat in pension, hij mag helaas niet mee. De Mercantour is een Nationaal park en absoluut verboden voor honden. Bovendien lopen er wolven in de Mercantour.


We zoeken nu juist die routes, die wij nog niet kennen. En we vermijden dit keer Pas de  Mont Coulomb en Baisse de Basto. Veel blokkenvelden en zeer moeilijke passages.Dat betekent dat we per auto het gebied in gaan via Madone de Fenestre, Vallée de Gordolasque en de D 91 naar Casterino


In de 2 e week van juli, 2017 staan we op camping Azur et Merveilles in Breil sur Roya We kennen deze camping al van de GR 52 A en de motortocht door de Alpes  Maritime. Helaas is de camping niet meer zo stil als een paar jaar geleden omdat op de  weg boven de camping drempels en stoplichten zijn aangelegd, waardoor je ‘s morgens om 4 uur last hebt van afremmende en optrekkende vrachtauto’s. Het verkeer uit  Italië van Turijn – Cuneo – Ventimiglia is enorm toegenomen. Dit zal nog wel erger  worden als de nieuwe tunnel van Tende klaar is over een jaar of wat. Het is niet anders.

Verder is de camping uitstekend, met overdekte picknickbanken.


Dagtocht I – Lac de l’Angel 2450 m


Om 6 uur uit de slaapzak, om 7 uur rijden naar St. Dalmas de Tende door de prachtige  kloof van de Roya en dan over een smal weggetje naar Casterino. Met tegenliggers is  het hier passen en meten, maar op dit uur zijn er niet veel.

Na Casterino rijden we over een héél smal weggetje naar de grens van het park, waar  bijna alle mogelijkheden tot parkeren reeds vervuld zijn. Nr. 394 En het is pas 8 uur in de  ochtend.


Vol goede moed gaan we op pad. We hopen vandaag wat wild te zien. Het is slechts  10 graden. Eerst lopen we 2 km over een vals plat hotsknots pad tot punt 393.  Staat op de blauwe IGN-kaart aangegeven. Dan verder over een klein hotsknots paadje  omhoog. Echt flink omhoog met een soort stappen van 40 cm per tree verticaal.  De keien liggen zó scheef, dat er geen platte stap mogelijk is.  Daarna volgt een balconpad, maar voor hoogtevrezers is het niet eng. Maar dan  volgt er een couloir, min- of meer recht omhoog, met een vaag zigzag pad tussen  de losse keien. Goed opletten hier. Boven gekomen, hebben we weer een normaal  pad.

*) Een couloir is een verticale gang in de rotsen, waardoor keien, gruis en sneeuw naar beneden kan vallen.

We komen de bocht om en……. steenbokken!!!!We staan doodstil en fotograferen  en filmen. We gaan verder naar de volgende bocht en er staat een steenbok op het  pad, ongeveer 1 m vóór ons. Wat geweldig! Zó dichtbij. We hebben geluk.

We zijn de eersten hier, het is nog geen half elf.



De steenbok blijft staan en stampt wat met zijn poot. Wij staan doodstil. Na een  tijdje loopt hij van het pad af omhoog over een schuine hoge kei naast me en passeert  me op 30 cm afstand. Ik sta gebiologeerd te kijken hoe hij met zijn zachte hoeven zo gemakkelijk over die schuine kei kan lopen. Hij heeft een soort rubberen anti-slip -kussentjes onder zijn poten.

Wij lopen rustig verder en zien jonge beestjes van een paar weken oud, boven ons  op de rotsen dartelen. Later zien we nog meer moeders met kinderen en ook jonge mannetjes steenbokken. Zo’n 25 in totaal. We mogen niet klagen, zoveel steenbokken. 

We zijn inmiddels aangekomen bij de voet van de dam van het stuwmeer   Lac d l'Angel op 2450 m. Intussen zijn er een paar kwebbelende françaises aangekomen. Inmiddels zijn de steenbokken verder weg naar boven gegaan. De rust is voorbij. Menig toerist maakt een  hoop herrie. Het is inmiddels redelijk bewolkt en half 12. We besluiten hier niet te blijven en rustig af te dalen. We hebben genoeg steenbokken gezien en vastgelegd op foto en film. Laat die beesten verder maar met rust.

Tijdens de afdaling zien we nog de zeldzame rotszwaluwen op een richel zitten. Prachtig. Ze worden gevoerd door hun ouders. Een fraai gezicht.

Een heel stuk lager gaan we picknicken. Houden we het droog vandaag? Ja, gelukkig  geen onweer. Om half 4 zijn we weer bij de auto. Deze dag kan niet meer stuk.


Dagtocht II  Lac de Basto


5 jaar geleden zaten we in een sneeuwstorm en onweer op Baisse de Basto. Het werd ons bijna fataal. Nu willen we nog eens terug naar het prachtige Lac de Basto.

Om 7 uur rijden we weer van de camping weg in Breil sur Roya. Om 8 uur staan  we weer op de parkeerplaats achter Casterino. Het is slechts 10 graden.  We lopen nu van punt 394 naar 393. Nu moeten we dat slechte vals-platte hotseknots pad met die scheve keien zo’n 4 km volgen. Na een uurtje wordt het wat leuker. De zon bereikt ons en het fleecevest kan uit. Bij nr. 374 hebben we een mooi zigzag pad omhoog door het dal van de Valmasque.


Eerst door een moerasje en dan flink omhoog. Op 2200 m kan je rechts naar de refuge de Valmasque. Bij Nr. 98. Links kan je verder omhoog. Wij gaan verder naar Nr. 97.  We blijven richting Baisse de Valmasque volgen.

We komen bij het Lac Vert, vanwaar we de refuge zeer fraai bovenop een grote rots  zien liggen. We lopen verder omhoog naar het Lac Noir. Een smal balconpad loopt een vijftal meters recht boven het meer langs. Na het meer is een prachtige helling vol met  rhodondendrons in bloei. Verderop in de schaduw, onder een rechte rots ligt een  plak sneeuw met een paar gemzen er op. Plotseling verschijnt er een andere gems.

Hij daagt uit. Een gevecht om dominantie volgt.  Ze rennen achter elkaar over de rotsen,  alsof ze op een plat asfaltpad rennen. De spanning is voelbaar. Ze rennen vlak voor ons langs. De ene gems weet uiteindelijk toch de ander te verjagen. De vrouwtjes met  jongen, hebben inmiddels de sneeuwplek verlaten. De rust is weergekeerd.



Wat een bof, dat we dit van zó dichtbij konden meemaken. Gemzen zijn erg schuw.

We lopen verder omhoog naar de dam van het Lac du Basto. Nu zien we het meer van de andere kant als 5 jaar geleden. Nu met prachtig weer. Met een diep blauwe lucht en  geen wolkje te bekennen. We zien, waar we toen na een zeer avontuurlijke tocht hebben  gekampeerd op 2375 m, bij een dikke kei aan de voet van de Baisse de Valmasque.

Toen met sneeuw op de tent en alles zeiknat. Dankzij onze reddingsdekens kregen we het warm en konden we slapen, half in het moeras. We kijken naar de helling waar we  vandaan kwamen in de mist en over schuine sneeuwvelden. Ongelooflijk dat we dàt  gedaan hebben!! We draaien om bij Nr. 96.

Rechts omhoog ga je naar Baisse de Basto - bijna 2700 m.

Mooi, we hebben het gezien, we kunnen het afsluiten. Nu nog weer 10 km retour naar  de auto. Fraaie tocht, fraai weer, fraai hooggebergte. Op de terugweg zien we nog  een gems beneden ons in het bos rondscharrelen.

Terug bij de camping is het 35 graden. In de bergen was het 22 en lekker fris.

.

Dagtocht III Col de l’Arpette 2511 m


We staan op de camping in Rocquebillière, Les Templiers in het dal van de Vésubie.  Leuke camping met een steile toegangsweg onder het dorp bij de rivier. Naast de camping ligt een zeer fraai parkje, annex recreatie terrein met picknickbanken, bomen (schaduw) en een natuur zwembad. Het is 37 graden. Vanaf de tent kijken we omhoog naar Belvédère op de bult hoog boven het dal van de Vésubie. We zijn er doorgelopen met de GR 52 A, op weg naar Col de Turini.

We staan weer heel vroeg op en vertrekken om 7 uur van de camping. Per auto gaan we omhoog via Belvédère over een smalle weg door het dal van de Gordolasque naar het eindpunt 12 km verderop. Ook hier is het voordeel van vroeg zijn, dat je nauwelijks tegenliggers tegenkomt, want passeren is hier en daar echt passen en meten. Bij Nr. 412  is een parkeerplaats Pont du Countet. Op bijna 1700 m. 

Verdorie het begint een  beetje te regenen. Bah, dat was niet afgesproken. Na 10 minuten is het weer droog, gelukkig. We nemen het pad door het dal van de Empuonrame naar Nr. 402, Col de l’Arpette. Het is een steile klim in het begin en daarna een heel fraai pad, gedeeltelijk door het bos. Helaas wordt het eerste deel van het pad wat ontsiert, door een grote groene pijpleiding, waar we later keurig onder door lopen en dan zijn we hem kwijt.

We zien diverse gemzen, maar niet heel erg dichtbij.

Col de l’Arpette is een fraaie, platte col, van waar je mooi naar de meertjes van de Merveilles kan kijken. Met wat vergroting en veel inzoemen, kan je ook nog de refuge ontwaren, opzij van het Lac Long. Het is pas 11.00 uur en we zouden best wel 2 ½ uur extra kunnen doen om af te dalen naar de refuge de Merveilles en retour, maar het is heel zwaar bewolkt en we vertrouwen het weer niet zo. Dus besluiten we om toch maar weer af te dalen naar de auto.

Inmiddels komen er meerdere mensen omhoog lopen. Halfweg de vallon gaan we picknicken. Op het laatste stuk naar beneden begint het plotseling te plenzen. Na 10  minuten houdt het weer op. We zijn weer op de parkeerplaats.

Terug in het dal van Rocquebillière is het prachtig weer en 37 graden.


Dagtocht IV Refuge de Nice 2232 m – heen en terug.


Vroeg op en vóór zevenen vertrekken van de camping. Weer naar Belvédère en dan  hoog boven de rivier de Gordolasque richting de parkeerplaats van Pont du Countet.

De mensen die daar wildkamperen, ruimen nèt hun tentje op. Anderen staan buiten een busje een warme hap te maken. Het is 10 graden. Wij gaan bij Nr. 411, naar 413 en 414  richting refuge de Nice. We zien redelijk in het begin een prachtig gemaakte berghut  (voor schaapherders of zo) tegen een overhangende rotswand geplakt. Mooi gemaakt met gestapelde keien en opgevuld met kleine keitjes. Zonder cement en toch heel solide. Het dak is gemaakt van bardeaux. Dat zijn gegroefde plankjes van larikshout, die perfekt over elkaar vallen. Je ziet ze veel in de bergen i.p.v. dakpannen. Vakmanschap (is meesterschap).

Het pad aan de linkerkant van de rivier is niet meer begaanbaar, vanwege steenlawines en dus moeten we de rivier oversteken bij een bruggetje richting het Lac Autier. 

Daarna gaan we naar links en meteen flink omhoog met zigzagjes. Uiteindelijk komen we bij de " mur des Italiens" , een verdedigingswerk, vanwaar geschoten kon worden. Er komt een helikopter laag aangevlogen. Hij moet zeker vers brood brengen voor de refuge. We klimmen verder en steken weer de rivier over. Terwijl we naar een paar gemzen kijken, komen een jongen en meisje aanlopen. Hij schreeuwt "gemzen, gemzen". Hij blijft schreeuwen en rent er achteraan om ze op de foto te krijgen. Sukkel, je jaagt ze weg. Je kunt nooit van gemzen winnen, zeker niet over die ruige rotsen.

Gemzen weg, helikopter terug. Hebben ze dan zoveel vers brood nodig in de refuge???

De heli kopter komt zelfs nog 8 x langs.  Helemaal niet voor de refuge, Hij komt voor de barrage (=dam) boven de refuge, het Lac Long. De dam wordt gerenouveerd. Mens en  materiaal worden gedropt. De mensen blijven daar tot vrijdagmiddag. Dan worden ze voor het weekend weer opgehaald. Leuk kamperen op eenzame hoogte op 2500 m in weer en wind en onweer met je collega’s..... De hele zomer lang. Fijn als je een baantje hebt bij het EDF (Electricité de France).

Tja, je zit wel mooi in de natuur, maar het baantje is niet helemaal ideaal.  (Vaak in slecht weer).

Inmiddels zijn we op het terein waar we omhoog kijken naar de Pas de Mont Coulomb. Ik heb er nog nachtmerries van. Want een moeilijke afdaling!!! Om 10.30 uur komen we aan bij het Lac de la Fous. Refuge de Nice ligt er boven.


Het pad langs het meer is inmiddels ingestort. Een nieuw pad is ontstaan door het keienveld hogerop. We zien waar we in 2011 wild gekampeerd hebben en waar de wolf langs liep. We moeten een lastige oversteek maken over een riviertje, en toch droge voeten zien te houden.

Nu de laatste klim naar de refuge. Helaas, er is geen koffie mogelijk. Het hutten personeel heeft pauze en eet uit 1 pan. Ik begrijp het wel. Ze zijn in touw van ‘s morgens 5 uur tot ‘s avonds 10 uur en dat 7 dagen per week en 8 weken lang.


We draaien om en lopen rustig weer naar beneden. De staalblauwe lucht maakt weer plaats voor wolken. Halfweg de terugweg gaan we picknicken. Het begint koud te worden, de lucht wordt snel weer zwart. Er hangt een fikse bui.

Als we rond 3 uur bij de auto zijn, begint het te onweren. Niet leuk als je op pad bent in dit gebied. Wij weten daar alles van.

Terug in Rocquebillière is het weer 37 graden en niets aan de hand. Het weer hoog in de Mercantour is zeer onbetrouwbaar.


Wandeling V refuge Madone de Fenestre – Baisse de Prals


Weer heel vroeg uit de slaapzak en vroeg op pad. We rijden nu naar St. Martin  de Vésubie en dan naar het klooster van Madone de Fenestre. Een uur en  een kwartier rijden op dit vroege uur vanaf Rocquebillière. Er is zowat niemand op de weg. Het is zelfs  nu al moeilijk om een parkeerplaats te vinden bij Nr. 357. 

Om 8 uur beginnen we  te lopen. Eerst richting Pas de Mont Coulomb – rood/wit gemarkeerd als zijnde  de GR 52, Nr. 359 en 367. Dan houden we rechts aan richting Lacs des Prals.

Het is flink stijgen in het begin met grote stappen omhoog van 40 à 50 cm.  Om 10.00 uur zijn we op Baisse de 5 Cols 2400 m. We zien de meertjes onder  ons liggen. Rustig afdalen en tussen de meertjes doorlopen. Het is hier heel mooi.

Dan gaan we nog 300 m verder afdalen naar een grote vallon met koeien. Op het  kruispunt van wegen Nr. 364, besluiten we om omhoog te lopen naar de col, die  toegang geeft tot de vallei van de Gordolasque.Het is tenslotte pas 11.00 uur en  prachtig weer. We klimmen 200 m via zigzagweggetjes en staan dan op de Baisse de Prals 2339 m Nr. 365, vanwaar je redelijk steil kan afdalen naar St. Grat.

Het is pas 11.45 uur en nog te vroeg om te picknicken. We dalen af en zien ineens  een pikzwarte lucht aan komen drijven vanuit Italië. (noord-west). We besluiten  niet in de koeienvallei te gaan picknicken, maar even flink door te lopen en af te  dalen tot het bos. Daar zoeken we een enigszins beschut plaatsje.

We hebben nauwelijks de boterhammen op, of het begint te onweren en te hagelen.  Keihard. De keien op je kop. Niet leuk. Het duurt weer 10 minuten. Dan is het voorbij.  Oppassen met afdalen, de keien zijn glad van de hagel. Bijna bij Madone de Fenestre aangekomen, krijgen we weer regen en onweer. We moeten nog even steil omhoog naar de auto. Gelukkig zit de wandeling erop.

Terug bij de camping is het snoeiheet met 35 graden en niets aan de hand. Gewoon  prachtig weer.


We hebben gelopen wat we wilden lopen. We zijn nu klaar met de Mercantour.  Ruig gebied, moeilijke paden en onvoorspelbaar weer.